Dag 13 en 14, Niet echt een happy end

Hiya!

Deze ochtend werden we wakker in het drukke Derby. Onze kamer had geen ontbijt dus we zitten op tijd weer in de auto. Vandaag het laatste stuk naar Londen, de verwachting is dat het een vrij eentonige route gaat worden. Vorige avond hebben we de route al uitgeschreven en we komen makkelijk de stad uit. We passeren onder Nottingham door en zakken weer naar het zuiden. Als we door Melton Mowbray rijden komen we de grote gele M tegen en we halen daar een snel ontbijt.

Het is even wat anders dan de andere dagen, maar we hebben ook niet veel zin om te zoeken. Het is er voor een zaterdagochtend behoorlijk druk en zijn blij als we de weg weer op gaan. Verder naar het zuiden en net voor Corby zien we tegen de heuvel het kasteel van Rockingham liggen. Het is iets moeten we maar denken.

We rijden via Milton Keynes, en Ewout stuurt ons de stad in. Deze stad is in ieder geval om een ding bekend, de fabriek van het Red Bull Formule 1 team. We stoppen voor het hoofdgebouw waar er een auto te bewonderen is en verder niet echt iets. Ewout neemt een hoop foto’s en vind het toch leuk dat we zo dichtbij konden komen.

Door een foutje in het inpakken moeten we nog even een winkelcentrum in. Dat doen we ook in Milton Keynes. Het is een soort Zoetermeer met een enorm winkelcentrum en eenmaal binnen hebben we het gevoel dat we de hel zijn binnen gestapt. Het is zaterdagmiddag en je kunt over de hoofden lopen. We vinden de winkel die we zoeken, kopen wat we moeten hebben en haasten ons de deur weer uit. We houden allebei niet van winkelen en dit is niet ons idee van een leuke uitstap, maar we zijn wel geslaagd.

Na de hel van het winkelcentrum kwamen we in de volgende hel terecht. Lunch bij nog maar een keer de grote gele M, inmiddels eind van de dag en mogelijk nog drukker dan vanochtend. Het is een andere M maar niet minder chaotisch. Met volle maag gaan we de weg weer op en de rest van de weg is inderdaad niet inspirerend. We zijn blij als het hotel in zicht komt en we ploffen moe op ons bed.

We komen een beetje bij van de drukte en duiken de bar in. Een drankje, een hapje en dan gaan we verder kijken. Voorzichtig beginnen we onze volgende vakantie te plannen ondanks dat we de volgende dag nog een hoogtepunt hebben, de NFL wedstrijd van de Saints!

Zo ver komt het niet. Middenin het plannen van onze volgende vakantie krijgen we een telefoontje wat niemand wil krijgen. Onze lieve oppas heeft geconstateerd dat onze grote rode kater ziek is. Samen met mijn moeder zijn ze bij de dierenarts geweest en hij is echt ernstig ziek.

Gelijk besluiten we de volgende dag naar huis te gaan. Van de wedstrijd kunnen we toch niet genieten als onze poek thuis ziek is. De DFDS is niet meer te bereiken, dus we boeken gewoon een andere overtocht. Slapen doen we die nacht niet echt en de volgende ochtend is het nog donker buiten als we opstaan. Het is half 6 en we hebben de boot om 9 uur. Om kwart voor 6 stappen we in de auto en we zien het langzaam licht worden terwijl we naar Dover rijden.

Keurig om 8 uur staan we in de rij voor de boot en stipt op tijd varen we weg van het Britse vasteland. De zee is behoorlijk ruw en recht lopen lukt niet. Gelukkig is het maar anderhalf uur naar de overkant. Alles duurt voor ons nu lang, maar we hebben contact met thuis en het ziet er naar uit dat Tom een beetje opknapt.

We zijn ook weer keurig op tijd aan de overkant en pakken de snelweg. Om half 1 moeten we in België even stoppen voor wat te eten, maar om 3 uur zijn we thuis. Onze lieverd ligt wat apathisch op een handdoek in zijn doos, maar hij reageert wel op ons. We worden ingelicht over de laatste dag en pakken onze spullen uit de auto. Er is nog niet duidelijk wat het precies is, een echo morgenochtend moet uitwijzen of het een ontsteking is, of toch een tumor.

Als we weer alleen zijn komt Tommy een beetje tot leven en lijkt hij wat te willen drinken. Hij is te uitgeput om het te snappen en we geven hem twee spuiten met eten. Hij is wat alerter, al wil lopen niet lukken. De avond blijft het een beetje hetzelfde, maar we willen hem niet alleen laten. We doen ploegendienst. Ik ga even slapen en Ewout blijft bij hem. We wisselen om de anderhalf uur, maar om 4 uur gaat het heel slecht. Tommy begint te trillen en reageert amper meer. We bellen de dierenarts, dezelfde waar hij eerder die dag is geweest, en leggen alles uit.

Ze zegt ons gelijk te komen. We kleden ons in recordtempo aan, laden Tommy in z’n mand en spoeden ons naar de dierenarts. Daar aangekomen bevestigt ze onze vermoedens en onze diepste angst. Hij gaat het niet halen. 1 á 2 uur maximaal, hij reageert nergens meer op en is al ver weg. We moeten hem in laten slapen. Hij heeft het hele weekend pijnstilling gehad, dus pijn heeft hij niet. We willen hem ook niet laten lijden en dit is de beste oplossing, hoe moeilijk ook. Ik neem hem in mijn armen en we nemen afscheid van onze grote vriendelijke reus.

Een verdovingsspuit is al genoeg, hij strekt nog een laatste keer zijn naar ons poot uit en dan zien we het leven uit zijn ogen verdwijnen. We houden hem vast tot hij er echt niet meer is. Het is duidelijk dat hij gewacht heeft totdat wij thuis waren en daar zijn wij hem eeuwig dankbaar voor. De dierenarts is een schat en steunt ons enorm. Ze gunt ons alle tijd en beantwoordt alle vragen. Ik stel ouders en de oppas op de hoogte en dan gaat Tommy weer mee naar huis. We brengen hem graag zelf naar het crematorium en op deze manier kan Mickey ook nog afscheid van hem nemen. Ze heeft zich het hele weekend niet laten zien, maar neemt op haar manier wel afscheid van haar maatje.

De ochtend is gevuld met heel veel tranen en verdriet en voor de tweede keer in 24 uur zie ik het licht worden. Tommy lijkt te slapen en ziet eruit alsof hij zo weer wakker wordt, maar helaas zal dat nooit meer gebeuren. De oppas komt nog afscheid nemen van Tom en dan gaan we naar het crematorium.

Ook daar is het een en al emoties, maar dat hoort er bij. We wachten een uurtje en dan kunnen we Tom voor de laatste keer mee naar huis nemen.
Hij krijgt een mooi plekje naast Kitty, die hij vast al weer gevonden heeft op de eeuwige jachtvelden. Hij was met zijn 10 jaar eigenlijk veel te jong, maar hij heeft een luilekkerleven gehad. We hebben hem op de wereld gezet, en we hebben hem er ook weer afgehaald. De cirkel is rond, al hadden we liever nog veel langer van hem genoten.

Tommy

We zijn blij dat we onze vakantie hebben afgebroken en thuis waren voor hem. Het is raar in huis, al komt Mickey gelukkig wel weer naar ons toe. De komende dagen zullen nog wel heel heftig zijn, wat er helaas bij hoort. Al met al hebben we een goede, leuke supervakantie gehad en over een tijdje kunnen we er vast ook positief op terug kijken. De volgende keer dat we in Schotland zijn zullen we in ieder geval een drankje doen op Tommy.

Tommy

Tommy Albrecht 15-04-2007 – 02-10-2017

Lieve Tommy,

Je was veel te jong,
Veel te lief,
Mijn kindje,
Een enorme goedzak,
Onze suikerspinner,
Lief tegen iedereen,
Stiekem meer een hondje dan een kat,
Een enorme miauwer,
Een vreselijke knuffelkont,
Een wereldkat.

We zijn zo blij dat je gewacht hebt tot we thuis waren maar we gaan je zo vreselijk missen!
Rust zacht, geef Kitty een dikke knuffel en we gaan je nooit vergeten.

Dag lieverd <3

Dag 12, Rijden, rijden, rijden in een wagentje

Hiya!

Prima bed, prima kamer, prima ontbijt. Jammer dat dit hotel niet in Schotland staat, maar in het veel te drukke Lancaster, anders waren we zeker terug gekomen. Het is even puzzelen of we de auto voor de deur kunnen krijgen om de auto in te laden, maar uiteindelijk is het sneller om zelf maar naar de auto toe te lopen. Het kost wat moeite, navigeren en het richtingsgevoel van een postduif hebben, maar dan zijn we de stad uit.

Traditiegetrouw vermijden we snelwegen en met wat creatief kaartlezen komen we op een wit weggetje door het Forest of Bowland. Een verrassend mooi stukje bosachtig landschap met loslopende schapen, en dat zo vlak buiten de stad. Nog een klein beetje afkicken van Schotland door de veeroosters, krappe bochtjes en veel te hard rijdende locals.

De bewegwijzering laat hier en daar wat te wensen over dus we rijden niet helemaal de route die we hadden uitgepland, maar we gaan nog steeds in de goede richting. We willen het drukke Manchester graag vermijden, helaas is de door ons uitgezochte route nog niet genoeg om Manchester heen. De ene stad sluit naadloos aan op de volgende en voor ons gevoel komen we de stad nooit meer uit.

We stoppen kort in Middleton voor een speciale winkel, maar we zijn ook blij als we de Greater Manchester Area achter ons kunnen laten. Dat kost iets meer moeite dan gehoopt. Iets met 1 keer een bord plaatsen en daarna nooit meer. Geen gehoor rechtdoor werkt hier ook niet altijd en je kunt gerust rechtdoor rijden en ineens op een weg met een compleet ander nummer uitkomen. Irritatiefactortje. De omgeving is ook niet echt inspirerend te noemen, veel van deze plaatsen zijn vervallen en voelen aan als een slechte achterbuurt.

Toch laten we uiteindelijk Manchester achter ons en rijden we het Peak District National Park in. Om wel een beetje op de route te blijven, houden we het park links van ons en rijden we er niet echt doorheen. Het is hier en daar wel mooi, maar niet noemenswaardig. In het dorp met de bijzondere naam Chapel-on-le-Frith stoppen we bij de Morrisons voor lunch. We zijn allebei wel redelijk gaar en klaar met onze transitiedag. Het is nog ongeveer 40 mijl naar Derby, toch doen we er bijna 2 uur over.

In elk dorpje moet je weer op de rem voor de snelheidsbeperking, en in bijna elk dorp wordt er wel aan de weg gewerkt. Stoplicht aan beide kanten en om de beurt langs de werkzaamheden. Zeker rond de middagspits kost dit aardig wat tijd. We zijn dan ook blij als we Derby eindelijk binnen rijden. Met alle kleine straatjes en het vele verkeer is het even goed zoeken en opletten, maar dan zien we ons hotel. We draaien de straat ernaast in en zien een grote parkeergarage. Dat is mooi, kunnen we daar de auto parkeren, lekker dichtbij.

Het hotel blijkt alleen een echte pub te zijn, met naast het pand een paar kamers achter een anonieme rode deur. Drie trappen op en recht aan de drukke weg onder ons, maar de kamer is verder prima. We kunnen in deze pub niet eten dus we moeten op zoek naar iets anders. Om de hoek zit de hoofdstraat van de stad en die lopen we een stuk af op zoek naar iets.

Uiteindelijk besluiten we de pub het dichtst bij ons hotel in te gaan. De oudste pub van de stad en het is aan alles te zien. Kleine aaneengeschakelde kamers en overal gangetjes. We zoeken een plekje en bestellen ons eten. Het smaakt prima en we krijgen ook de soundcheck van de band buiten op het terras mee.

Net na ons eten begint de pub echt vol te stromen en als de band begint is het af en toe zelfs dringen. Niet veel later gaan wij terug naar de pub van onze kamer en doen daar nog een paar drankjes. In de muziekruimte een deur verder, horend bij de pub maar met entreegeld, treedt een coverband van U2 op. Af en toe krijgen we er wat van mee, maar verder kunnen we rustig zitten. Het is hier ook best druk, maar iets minder klein en dat scheelt al.

Deze dag is ons allebei een beetje tegengevallen en hoe kun je dat beter omvormen dan nadenken over de volgende vakantie. Hoeveel er morgen nog van over is valt nog te bezien, voor nu hebben we een leuke avond gehad. Nu nog een lekker kopje thee voor het slapen gaan en dan morgen naar onze laatste slaapplaats, Londen. Laten we hopen dat het een iets minder vervelende dag wordt.

See ye later!

Dag 11, Down, down we go

Hiya!

Gemixte gevoelens over de hotelkamer deze ochtend. Ik heb goed geslapen, Ewout wat minder. Belangrijker, Ewout is vandaag jarig! Gewekt door piepjes en geluidjes uit de telefoon van alle verjaarswensen, is dit een lekker begin van de ochtend. We pakken in en schuiven beneden aan voor het ontbijt. Platte worstjes blijven een beetje gek, maar het smaakt allemaal prima. We checken uit en stappen maar weer eens in de auto. Een paar honderd meter verder stoppen we kort om een standbeeld van een schaap te fotograferen. Geen idee wat het er doet maar het ziet er wel grappig uit. Het is schitterend weer: blauwe lucht en een stevig zonnetje.

De weg weer op richting Lockerbie. Die van de vliegtuigramp inderdaad. Net buiten het dorp stoppen we bij de lokale begraafplaats om de gedenkplaats van de ramp kort te bezoeken. Laten we zeggen dat Ewout een kleine morbide fascinatie heeft met vliegtuigrampen. Voor de omvang van de ramp is het maar een kleine gedenkplaats, desalniettemin is het mooi om even te zien.

We zakken af richting de laatste plaats in Schotland. Bekend als romantisch toevluchtsoord voor stelletjes vanuit Engeland. De eerste plaats die je vroeger aandeed met de postkoets vanuit Londen, jonge stellen vluchtten hier naar toe om te trouwen. Gretna Green ziet sinds 1753 elk jaar duizenden stellen die hier heen komen om te trouwen. In de 18e en 19e eeuw om de strenge wetten van Engeland te omzeilen, nu vanwege de historie. Het is een grote “tourist trap”, maar het is wel leuk om het even te zien. De grote souvenirshop is ook nog een factor, ik zocht nog iets speciaals en de kans is groot dat ze het hier hebben. Ik heb geluk en vind het inderdaad. We drinken nog een kop koffie en wandelen nog even door de food court.

Het is vermakelijk, maar trouwen zouden we hier niet doen. Het Indiase stel wat aankomt als wij weggaan denkt daar duidelijk anders over. Ieder z’n ding zullen we maar zeggen. Helaas laten we nu echt Schotland achter ons. Rond de grens leek het al niet echt meer op Schotland, maar het bord langs de weg geeft de harde werkelijkheid. We passeren Carlisle en zakken dan af naar het Lake District National Park. In de Cairndow is ons een tweetal passen door dit gebied aangeraden door een meneer die zeker wist dat wij dat wel leuk vonden.

De wegen zijn hier iets anders in Schotland, ze zijn nog steeds klein maar worden ingesloten door halfhoge schapenmuurtjes. Oftewel, het is niet breed genoeg voor twee auto’s en nu zie je tegenliggers ook nog eens niet aankomen. Het geeft een nieuwe dimensie aan op deze wegen rijden. In Gosforth halen we onze lunch, in een klein dorpssupermarktje kopen we twee saucijzenbroodjes. Het is een hele hap, dus zo redden we het wel tot het avondeten. We bereiken de passen, de Hardknott Pass is eerst, en het verkeersbord waarschuwt ons voor hellingen van 30%. Nee, dat was geen typefout. 30% en dat over wegen net breed genoeg voor 1 auto met weinig passeerplaatsen. De weg is klassiek slecht onderhouden en het vergt stuurmanskunst om uit de potholes te blijven. Gelukkig houden de schapenmuurtjes wel op en kunnen we iets verder voor ons zien.

Sommige stukken zijn echt hachelijk steil, maar Ewout heeft de tijd van zijn leven achter het stuur. Het levert wel schitterende vergezichten over deze glen, met hoge bergen en de weg onder ons in het dal. We genieten even van het uitzicht, maar dan wacht pas nummer twee. De Wrynose Pass is iets minder steil met 26% maar nog steeds een hele uitdaging. We passeren motoren, fietsers, wandelaars en zelfs een schoolklas, knap, we doen het ze niet na. Ook deze pas is schitterend en als we het konden, bedankten we de meneer voor zijn excellente tip. Anders dan Applecross, maar zeker net zo mooi. Het is eigenlijk even afkicken van Schotland terwijl we al in Engeland zijn.

Na de passen komen we in het supertoeristische gebied rond Lake Windermere terecht. Hier is onder andere het geboortehuis van Beatrix Potter en het is te merken aan alles. Betere wegen, meer bussen, enorm veel mensen en overal souvenirshops. We zijn dit gebied sneller door dan we dachten en besluiten tot een kleine omweg. Het is niet superboeiend maar het doodt wat tijd.

Rond de middagspits bereiken we Lancaster en ook dat is te merken aan het verkeer. De Britse manier van borden plaatsen (niet of veel te laat) zorgt voor wat frustratie en de vele bochten en stoplichten helpen ook niet echt mee.
We vinden ons hotel, maar kunnen daar niet parkeren, dus nog maar een keer het centrum door. De parkeerplaats vinden we wel de tweede keer, dan blijkt het parkeergeld nog een ding. Ewout moet eerst geld wisselen bij het hotel en dan een complexe rekensom maken om te weten hoeveel hij nou in de automaat moet gooien. Als dan ook nog blijkt dat de eindtijd niet op het ticket staat zijn wij het een beetje kwijt. We hopen maar dat de controleur net zo goed kan rekenen.

Het hotel staat volledig in de steigers, maar daar waren we voor gewaarschuwd. De kamers zijn recentelijk helemaal gerenoveerd en zien er heel goed uit. Ook het restaurant en de bar beneden zijn mooi en ruim. We nemen eerst een drankje op Ewout’s verjaardag voordat we gaan eten. Het smaakt allemaal prima, al was het toetje net iets groter dan onze maag aan kan. Maar we slaan ons er dapper doorheen. Nu nog een laatste drankje en dan lekker naar bed. Morgen gaan we weer een stuk naar het zuiden, de laatste nacht voor Londen. De vakantie zit er bijna op, gelukkig hebben we nog leuke dingen in het vooruitzicht.

See ye later!

Dag 10, Schuitje varen, stukje rijden

Hiya!

Voor de laatste keer deze vakantie worden we wakker op Arran. Het was wat warm deze nacht en de wekker gaat, dankzij de ferry, net iets te vroeg voor ons doen. Rustig pakken we alles in en gaan aan het ontbijt. Met een gevulde maag checken we uit bij de schoonmaakster (het andere personeel was blijkbaar bezig) en stoppen we onze spullen weer in de auto. GPS-tracker aan en rijden maar. Het is 40 minuten naar de andere kant van het eiland, niet dat het eiland nou zo groot is, maar de wegen zijn van zo’n danig slechte kwaliteit dat je gewoon niet harder kunt.

Keurig op tijd melden we ons bij de ferry terminal en dan staan we rustig in de rij te wachten. De boot zou volgens onze papieren om 11.05 moeten vertrekken. Rond kwart voor 11 komt de boot überhaupt pas aan, het is in recordtempo uitladen en inladen. We zijn gelukkig inmiddels wel wat gewend wat betreft ferry’s dus we pakken snel onze spullen en beklimmen de trappen naar het restaurant.

Een iets te smerige kop koffie later klimmen we nog een trap omhoog en zien we Arran langzaam aan de horizon verdwijnen. Op een normale dag zouden we zowel het vasteland als het eiland gewoon moeten kunnen zien, maar uiteraard ligt Arran weer in de mist. Goat Fell heeft zichzelf niet laten zien, die zullen we voor een volgende keer moeten bewaren. Het waait wel vreselijk op zee (Firth of Clyde) dus we blijven in de luwte van de boot.

Volgens de tickets is het een overtocht van anderhalf uur, achteraf blijkt dit de tijd inclusief in- en uitschepen te zijn. Vrij snel zien we het vasteland opdoemen en nog voor we daadwerkelijk de haven binnen varen worden we geacht terug te gaan naar de auto. Het duurt even, maar dan gaat de klep open en rijden we weer op het vasteland van het Verenigd Koninkrijk. We komen tot de conclusie dat Brodick, aan de kant van Arran, een mooi havenplaatsje is. Zijn tegenhanger, Ardrossan, niet echt. Meer het lelijke stiefzusje. Een typische Engelse badplaats met vervallen huisjes en de uitstraling van een Oostblok-flat.

Het eerste stuk is een beetje druk, maar snel kunnen we het stadje achter ons laten. Niet veel later moeten we van onze geplande route afwijken, de hoofdweg blijkt voor een stuk afgesloten. Ewout stuurt behendig door de dorpjes, terwijl ik via de kaart navigeer en hem over de rotondes begeleid. Ik wil niet weten hoe je dat hier moet doen met een rechts rijdende auto als je maar alleen bent.

We rijden langs de kust van South Ayrshire naar Stranraer, helaas is het een wat saaie weg met weinig moois. We passeren nog wel een Russisch monument voor een gezonken kruiser, maar dat is het eigenlijk wel. In Stranraer eten we een verlate lunch terwijl het buiten begint te regenen. Het is al wat later en passen daarom onze route een beetje aan.

Ons valt op dat we Schotland wel al een beetje verlaten hebben, de stadjes zijn hier wat groter, de wegen wat drukker. Tot we van de hoofdroute afslaan en een weggetje nemen door het Galloway Forest Park. Hier krijgen we nog een laatste glimp op het Schotland wat wij mooi vinden. Bergen, desolate uitzichten en vooral veel schapen en koeien. We passeren ook nog een groot loch met een enorme stuwdam, Clatteringshaws Loch. Dan is het toch echt over met de pret en rijden we de hoofdweg weer op. Door de regen en het drukke verkeer zijn we het al gauw zat en zijn blij als we het dorpje inrijden waar we gaan slapen.

We brengen onze spullen naar de kamer en gaan terug naar de bar voor een drankje. Langzaam storten we allebei een beetje in en na het eten besluiten we het een vroege avond te maken. Lekker nog een kop thee op de kamer en vroeg naar bed. Morgen rijden we door het Lake District National Park en we hopen op een boeiendere dag dan vandaag. Volgens het weerbericht moet het mooi weer worden, maar hier weet je het nooit. Voor nu in ieder geval, welterusten.

See ye later!

Dag 9, Rond en rond

Hiya!

Dankzij mijn hoest hebben we allebei niet super geslapen. Iets voor de wekker zijn we wakker maar dat is geen probleem. Er is nog genoeg te zien op het eiland. Het ontbijt is weer prima en het weer buiten belooft meer goeds dan gisteren. Buiten knuffelen we nog even met een van de schattigste puppy’s tot nu toe. Teddy is nog erg jong en vooral nog erg onstuimig, maar wel ongelofelijk schattig. Dan de auto weer in. We rijden eerst naar Lamlash en dan door naar Brodick. Daar stoppen we even voor een trip naar de supermarkt, even kijken of ze er toevallig iets van hoestdrank verkopen. Net een paar bochten van het dorp vandaan weten we waarom hier overal borden staan om je te waarschuwen voor de eekhoorns. Vanuit het niets sprint er een rossig klein dier de weg op en Ewout weet hem nog maar net te ontwijken. De meeste van zijn soortgenoten die we onderweg tegen zijn gekomen hadden minder geluk.

In Lamlash stoppen we kort: we hebben nu eindelijk zicht op Holy Isle, een klein eiland voor de kust van Arran, waar zich alleen een boeddhistisch rustoord bevind. We rijden door naar Brodick, en zien de ferry aankomen. Dat is goed nieuws voor morgen. Helaas heeft de Co-op niet wat we zoeken en biedt onze toeristenkaart geen nieuwe info. We besluiten terug te rijden naar Lamlash waar we tijdens onze korte stop wel een apotheek gezien hebben. Alles op het eiland is toch relatief dichtbij.

In de apotheek hebben ze gelukkig precies wat we nodig hebben. We lopen de straat wat verder door en halen een kop koffie bij een van de kleinste zaakjes op het eiland. Ewout heeft zijn koffie natuurlijk weer veel eerder op, maar daar was ik op voorbereid. Mijn koffie zit in een bekertje en kan gewoon mee in de auto. Het wordt een koffieavontuur. De wegen zijn hier nogal hobbelig en de koffiebeker sluit niet volledig. Voeg daaraan toe dat de beker ook net iets te vol zit en je hebt het recept voor problemen.

Voordeel is dat ik een ervaren koffiedrinker ben en dat ik er zonder al te grote vlekken doorheen kom. We rijden verder over het eiland richting de Machrie Moor steencirkels. De Goat Fell, de hoogste berg op het eiland laat zich alleen nog niet zien. Wel zien we veel meer van de omgeving dan gisteren en komen tot de conclusie dat het een heel mooi eiland is. We parkeren de auto op een wat onhandige parkeerplaats en beginnen aan de wandeling. Het pad loopt over het veld van een boer waar de schapen rustig staan te grazen, het is uitkijken voor blubber en schapenkeutels. In de verte zien we iets, maar dat blijkt een graftombe te zijn. Ik merk dat mijn longen het nog zwaar hebben en volgens het bordje is het nog een kilometer verder. Ewout loopt door, ik parkeer mijzelf en geniet van het uitzicht.

Niet veel later word ik overvallen door een kleine kudde schapen die mij heel hard voorbij rennen. Later hoor ik van Ewout dat ze hem ook nog gepasseerd zijn. Het uitzicht is prachtig en het weer wordt steeds beter, geen straf om hier even te zitten. Achteraf blijk ik de juiste keuze te hebben gemaakt. De steencirkels zijn mooi, maar het pad was op sommige stukken wat lastig. Op de terugweg oefent Ewout alvast voor het beroep schaapherder, een kudde schapen rennen voor hem uit. Wanneer zowel de schapen als Ewout mij bereiken is er even paniek in de kudde, maar dan besluiten ze mij toch maar gewoon hard rennend te passeren.

Terug in de auto rijden we langs een andere route weer naar het noorden en het is een schitterende route. Je ziet hoe divers het eiland is en we hebben in de verte ook zicht op Kintyre. Dat ligt in de mist, bij ons is het mooi helder.
Het is tijd voor lunch en we hopen in Lochranza wat te vinden. Daar blijkt niet veel te zijn maar we stoppen wel bij de destilleerderij van Arran. Ewout zoekt een mooi verjaardagscadeau uit en in we gaan in het café zitten om wat te eten. Door onvoorziene omstandigheden serveren ze maar drie gerechten dus we staan weer op en besluiten onze heil ergens anders te zoeken.

We zijn duidelijk op een eiland en moeten tot aan Brodick om wat te vinden.
Ondertussen spotten we op de village green van Lochranza nog wel een kudde herten, inclusief mannetje met enorm gewei. Toch maar mooi weer gezien. In Brodick gaan we naar de bekendste bakker van het eiland en halen daar een heerlijke panini die we aan de rand van de baai opeten. In de verte begint er weer mist te vormen, al is het niet meer zo dik als gisteren.

Het is rond half vijf als we weer in de auto stappen. We besluiten terug naar het hotel te gaan en in de lounge lekker voor de open haard te kruipen. Daar bepalen we de route voor morgen en hangen we wat. Ook wel eens lekker om een dagje wat rustiger aan te doen. Morgen moeten we iets vroeger opstaan om op tijd bij de ferry te zijn. Niet erg, maar dan gaan we wel een beetje bijtijds naar bed. Wel gaan we nog proberen de sterren te fotograferen, die zijn hier zo helder! Hopen dat de hoestdrank zijn werk doen en we iets beter slapen. Morgen weer naar het vasteland en de laatste volle dag in Schotland.

See ye later!

Dag 8, Eiland in de mist

Hiya!

Stiekem zijn we gisterenavond iets te laat naar bed gegaan en viel het een klein beetje tegen om vandaag op tijd op te staan. We pakken onze spullen alvast in en gaan naar beneden voor het ontbijt. Het duurt even voordat de dame van het hotel doorheeft dat we er zijn, maar het ontbijt smaakt er niet minder door. Na een laatste gesprek met de eigenaar checken we uit en stappen we de auto weer in. De vorige avond hadden we al besloten in een keer naar Claonaig te rijden, alwaar we de ferry op gaan naar Arran. Toen wisten we nog niet hoe slim die beslissing was.

Op de doorgaande route is het wat druk, rijdend in een treintje achter weer een tourbus. Langzaam rijden we Kintyre op en net zo langzaam begint er mist op te trekken. Door het langzame tempo doezel ik op een gegeven moment weg terwijl Ewout doorploegt door de mist. Ik word pas wakker als we in de rij staan voor de ferry. Onderweg is de mist dikker geworden en heb ik blijkbaar niets gemist. Dat scheelt dan weer.

Pas als we echt stil staan overzien we de situatie. De ferry vaart op dat moment niet vanwege de mist en een update volgt om half 12, zegt het matrixbord ons. Op dat moment is het al half 12 geweest en hopen we maar dat er meer info komt. In de rij staat een Nederlandse camper en algauw raken we aan de praat. Wij komen net aan, zij staan er al even. Volgens een van de andere wachtenden moet er een ferry onderweg zijn, maar we durven er niet op te vertouwen. Langzaamaan raken de anderen ook betrokken bij het gesprek. Een mevrouw hangt aan de telefoon met het ferrybedrijf maar die heeft geen informatie.

Dan blijkt dat er een meneer in de rij staat die van het eiland is, maar dat niet alleen, hij hangt aan de telefoon met zijn zus op de ferry. Die zeker weten hierheen komt, en dan waarschijnlijk ook weer terug gaat. In de verte horen we inmiddels een misthoorn en heel langzaam doemt de ferry op uit de mist. Binnen 10 minuten is de boot uitgeladen, staan wij er op en varen we. Gelukkig, we komen in ieder geval op het eiland. Scheelt een hoop geregel en gedoe.

Achteraf blijkt het ook de laatste ferry te zijn geweest die vanaf Claonaig (of Lochranza aan de kant van Arran) heeft gevaren. De grotere ferry, van Brodick naar Ardrossan (die we terug nemen) heeft voor het grootste deel van de dag wel gewoon gevaren. Je vormt wel een band, zo wachtend op een boot die misschien wel, misschien niet gaat. Op de boot kletsen we nog wat tussen de misthoornsignalen door en de tocht is sneller voorbij dan we hadden verwacht.

Op het eiland zelf is het weer verder prima en nog geen 200 meter voorbij de ferry stoppen we alweer om de ruïne van Lochranza te bekijken. Het is maar klein dus snel genoeg stappen we weer in. Het is inmiddels iets later dan gepland, dus we doen een oriënterende route over het eiland. In de grootste plaats Brodick stoppen we voor een late lunch. Het is een heerlijke 18 graden met zon, geen vleugje mist te zien.

Anders is het zodra we de weg dwars over het eiland nemen en de hoogte in gaan. Het ene moment zon, het andere dikke mist. Raar weer, zouden we thuis zeggen. Rond een uur of vier zijn we het eigenlijk wel zat en gaan we richting hotel. Door de slechte wegen en de soms dikke mist duurt het nog even voor we er zijn. Op een hoger punt zien we onder ons de deken van mist over de vallei hangen. Vanaf hier lijkt het wel sneeuw, 300 meter verder zitten we er weer midden in. Dan een bord, 20% helling. In de mist, lage versnelling en door het voorzichtig doen rijden we bijna het hotel voorbij. Onderaan de helling, in de bocht staat onze slaapplaats. We parkeren de auto en checken in.

Ewout is zo moe dat hij een dutje gaat doen, ik geniet van de voorbij trekkende mist met een kop koffie op het terras. Het is niet koud buiten en het is mooi om de witte wieven voorbij te zien trekken. Tegen het avondeten begrijpen we uit de verhalen om ons heen dat ook de grote ferry gestopt is met varen en veel mensen zitten vast op het eiland. De bardame vertelt ons dat het niet heel vaak voorkomt en ze vermoedt dat het overmorgen wel over zal zijn. Laten we hopen dat we woensdag het eiland afkomen, gelukkig hoeven we er ons morgen nog geen zorgen over te maken.

Hopelijk zien we morgen wel iets meer en valt het mee met de mist. Anders hebben we gewoon een reden om nog een keer terug te komen. Nu nog een slaapmutsje en dan lekker naar bed. Iets eerder dan gisteren, we willen morgen de hele dag benutten. Er is genoeg te zien hier op het eiland, nu hopen dat we het ook kunnen zien.

See ye later!

Dag 7, Veel moois, weinig afstand

Hiya!

Het bed lag lekker, maar de temperatuur in de kamer was te hoog om goed te slapen. Was de temperatuur wat lager geweest, hadden we waarschijnlijk héél goed geslapen. Bij het ontbijt zien we de dames van gisteren nog heel even en we wensen ze veel succes met hun trip. Het drupt buiten, dus dat zal de reis niet makkelijker maken. Ontbijten doen we alleen, want iedereen heeft blijkbaar gekozen om voor de marathon weg te zijn, wat achteraf misschien wel beter was geweest. We checken uit en parkeren de auto op de parkeerplaats 100 meter verder. Volgens de Marshalls is het nog een half uurtje, dus we dalen eerst af naar de waterval. Althans, Ewout doet dat, het pad is te steil voor mij om af en op te gaan.

Eenmaal weer boven komen de eerste renners van de marathon langs. We blijven kijken en applaudisseren de renners, het wordt gewaardeerd gezien de bedankjes. De weg zou rond 11 uur weer open gaan, maar de dame van het hotel vermoedde dat het wel wat eerder zou worden. Het wordt half 11, dan 11 uur en uiteindelijk half 12. Nu worden we het wel zat. We hebben inmiddels de oversteek gewaagd en bij het café al koffie gedronken. Het is niet dat we vreselijke haast hebben, maar we willen nu wel een keer het dorp uit. Uiteindelijk krijgen we om kwart over 12 de bezemwagen voorbij en kunnen we eindelijk de weg op.

Het eerste stuk vliegen we zowat, klaar met het wachten en misschien een beetje bang dat we toch nog ergens tegen gehouden worden. Het weer is gelukkig wat opgeklaard, al blijft de lucht onheilspellend grijs. Vanaf Fort Augustus komen we in de toeristentrein terecht en het gaat allemaal wat langzamer. Dankzij een tourbus vormt er een hele colonne, en op een gegeven moment val ik in slaap. Ewout rijdt stug door en ik word pas wakker als hij in Fort William uitstapt om te tanken bij de Morrisson’s. Ineens zitten we weer in een drukke plaats en dat is te merken. We duiken de supermarkt in en, ondanks dat het zondag is, is het er schreeuwend druk. Overigens ook steenkoud, alsof je een koelcel inloopt. Nu begrijpen we waarom het personeel in dikke vesten en met handschoenen loopt.

We vinden wat we nodig hebben en gaan snel de supermarkt weer uit. Terug de weg op is het nog steeds druk. We zijn blij dat we bij North Ballachulish van de hoofdroute afgaan. Het is maar een rondje rond Loch Leven, maar het is fijn om even geen auto’s voor en achter je te hebben. De grijze lucht levert wel een heel mooi sfeertje op. De route is aantrekkelijk, maar te snel zijn we weer bij de grote weg. Wel een belangrijke weg, eentje die we per se dit jaar nog een keer moesten doen.

De A82 door Glen Coe. Een vulkaanvallei uitgesleten door een gletsjer. Een must als je naar Schotland gaat. De bergen zijn rond de 1000 meter hoog en er doorheen rijden geeft schitterende vergezichten op de vallei. De vorige keer wisten we niet wat hier allemaal te zien was en zijn we er te hard doorheen gereden. Nu stoppen we bij praktisch elke parkeerplaats om rond te kijken en foto’s te maken. Dat doe helaas ook de tourbussen die hier rijden, zodra de een inlaadt en wegrijdt, sluit de volgende al weer aan en stroomt er weer een lading mensen uit.


Met wat geduld kunnen we wel de foto’s maken die we willen, en we doen in totaal 3 uur over 30 mijl. Op een rustige parkeerplaats genieten we van onze lunch, voordat we weer doorrijden naar de volgende parkeerplaats. Aan het einde van de Glen weten we dat we het goede moment in de vallei hebben gehad. De dreigende wolken die net nog op de toppen hingen, komen nu in rap tempo naar beneden en de regen begint. Het is jammer dat we op de Rannoch Moor, die aansluit op de Glen helemaal niet kunnen stoppen. Het is zo’n contrast met de Glen, maar op een heel andere manier ook heel erg mooi.


We nemen nog een kleine detour langs Loch Lomond, al zien we er door de hevige regen veel van. Tegen de tijd dat we rond zijn en langs Loch Long rijden, zijn we het allebei wel zat. De route langs het lange meer is alleen niet echt van beste kwaliteit en het kost net iets langer dat we zouden willen. Gelukkig gaat het laatste stuk wel snel en dan zien we het National Trust-bord met ons hotel er op. Als een van de oudste stagecoach inns heeft de Cairndow zijn eigen toeristenbord verdient.

Totaal toevallig hebben we zelfs dezelfde kamer als toen, Ewout herkent het de minuut dat we er binnen stappen. We dumpen onze spullen en gaan naar de bar. Het duurt niet lang voordat we met de lokale mensen in gesprek zijn. Het gaat over van alles, en zelfs met volle mond (niet van ons hoor, wij zijn opgevoed). Het eten is weer voortreffelijk en we genieten van de verhalen en de mensen. Morgen gaan we naar Arran, van het eiland naar een eiland, maar eerst nog een drankje en dan lekker slapen.

See ye later!

Back to top