Dag 10, Soms toch eigenwijs zijn

Hiya!

Onze nacht was redelijk. Niet zo slecht als we gedacht hadden, maar echt uitgerust waren we ook weer niet. We staan op, pakken onze spullen in, brengen ze naar de auto en melden ons voor het ontbijt. Jammer voor ons, ook het ontbijt valt eigenlijk wel tegen. Ewout vindt zelfs de baked beans niet lekker smaken, en dat terwijl de hele UK zo ongeveer hetzelfde merk gebruikt. Het enige lichtpuntje zijn de kakelverse gekookte eieren die perfect te pellen zijn. Dat is deze vakantie ook wel eens anders geweest. We droppen de sleutel af en gaan de auto in.

De eerste stop van de dag is niet heel ver rijden. In Kinlochewe is een tankstation met een koffiezaakje en daar maken ze hele goede koffie. Vorig jaar ontdekt, dus dit jaar zeker op de lijst. Als we aan komen rijden staat er op de deur dat ze gesloten zijn, maar bij het tankstation staat wel een bord met alle koffie opties. Toch maar even vragen dan. Het café blijkt nog gesloten maar de koffie wordt wel ‘to go’ gemaakt. Gelukkig maar, deze koffie willen we niet missen. We hebben een leuk gesprek met de beide eigenaars van het hele zaakje en de man waarschuwt ons nog voor een potentieel probleem. Blijkbaar zijn ze op een klein stukje van onze route aan de weg bezig en er zijn maar korte perioden waarop je er wel langs kunt. De omleidingsroute duurt een kleine 3 uur, dus die willen we eigenlijk vermijden.

Voorlopig rijden we door, want het duurt nog even voordat we dat punt bereiken. Eerst een persoonlijke favoriet van Ewout, de route over ‘Bealach na Ba’ ofwel Applecross. Dit hebben we vorig jaar ook gereden, en is wat wij noemen de Stelvio van Schotland. Het eerste stuk is nog niet zo heel erg druk, dat begint pas als we het dorpje, nou ja, gehuchtje Applecross passeren. Voordat we de pas op gaan houden we nog even een sanitaire stop, voorlopig hebben we daar de gelegenheid niet meer voor. Als we de daadwerkelijke pas opdraaien beginnen de frustraties. Er zit duidelijk een toerist voor ons die niet weet hoe hij bergen moet rijden of hoe je passeerplekken op een eenbaansweg gebruikt. De frustratie duurt niet lang, boven op de pas parkeren we de auto even om van het uitzicht te genieten.

Pas als we de andere kant naar beneden gaan beginnen de problemen. De eerste paar yards gaan goed, dan komen we achter een toerist in een camper terecht die structureel weigert om aan de kant te gaan. Ertussen zit een auto die wij halverwege de pas omhoog zagen keren, waarschijnlijk vond de bestuurder het toch iets te heftig om helemaal naar boven te rijden. Op een smal stuk komt onze voorganger een auto tegen en nu zullen ze toch allebei aan de kant moeten. Het wordt een geharrewar van vooruit en achteruit steken, we aanschouwen het met wat ergernis en ook een lach. Wij kunnen geen kant op en achter ons wordt de file groter en groter. Uiteindelijk staan we er zeker een half uur voordat de camper zich langs de auto weet te wringen en de keermeneer zichzelf op een manier parkeert die aangeeft niet meer verder te willen rijden. Even lijkt het er op dat een auto die omhoog komt de boel opnieuw gaat blokkeren, maar net op tijd besluit hij toch te stoppen en de hele trits auto’s langs te laten.

Applecross

We hebben op deze manier genoeg foto’s kunnen nemen, maar we zijn blij dat we nu door kunnen rijden en de berg af kunnen. Dan komen we bij het punt dat we een besluit moeten maken over de wegafsluiting. Het tijdentabelletje wat we hebben gekregen zegt dat we pas over 2 uur door de afsluiting heen kunnen, maar omrijden duurt 3 uur. We besluiten eigenwijs te zijn en te kijken tot hoe ver we kunnen komen. Als we er inderdaad niet door kunnen vermaken we onszelf wel tot die tijd.

Rustig stiefelen we door, en op een gegeven moment komen we wegwerken tegen waar een verkeerslicht staat en er maar 1 kant tegelijk kan rijden. We wachten en na 2 minuten wordt het licht groen en kunnen we doorrijden. Verder en verder rijdend beginnen we te vermoeden dat dit alles was maar we willen nog niet te hoopvol zijn. Dan bereiken we de ‘grote’ weg en weten we zeker dat er verder geen afsluitingen volgen. Hebben we toch geluk en betaalt onze eigenwijsheid zich uit. We sturen de Kyleakin-brug op en dan zijn we op Skye.

Meteen merken we dat de hoeveelheid toeristen hier een stuk meer is dan de afgelopen jaren. Het is inmiddels ook tijd om weer eens wat te eten, dus we hebben nog een keer geluk met een parkeerplek op het pleintje van Portree. Tegenover de parkeerplaats zit een bakkertje en daar halen we een heerlijke bladerdeegwrap die we opeten terwijl we het winkelstraatje inlopen. In het lokale boekwinkeltje/souvenirwinkeltje/speelgoedwinkeltje scoren we een leuk cadeautje voor onszelf en na het spreekwoordelijke rondje rond de kerk gaan we de auto weer in.

Om de tijd te doden doen we een rondje Trotternish, een van de schiereilanden van Skye. We stoppen even bij een nieuw gebouwd uitkijkpunt, maar laten Kilt Rock links liggen. Te veel toeristen en te slechte parkeerplekken. Wel besluiten we de route naar de Quirang eens in te sturen, we zijn er nog nooit geweest en gezien we toch nog een keer daar naartoe willen, weten we gelijk waar we moeten zijn. Dat was wellicht een hele grote fout. Voor ons rijdt een hele dikke Land Rover met daarin duidelijk iemand die dit nog niet zo heel vaak gedaan heeft. Totaal geen respect voor tegemoetkomers, en ook de passeerplekken worden amper tot niet gebruikt. Halverwege het steile stuk van 15 % gaat het mis: de bestuurder rijdt een passeerplek voorbij terwijl er een auto aankomt. Ze proberen elkaar te passeren op een smal stuk en daarbij komt de dalende auto vast te zitten.

Omdat wij in de gaten hadden dat de auto voor ons niet kon rijden waren wij een plek eerder al gestopt. Even kijken we het aan, dan begint er zowel voor als achter ons een behoorlijke file te ontstaan. Ewout en een paar bestuurders stappen uit om de situatie te proberen op te lossen. De dalende auto zit vast in een gat en het kost drie man duwen om hem daar uit te krijgen. Dan de Land Rover, dat blijkt een Aziatische dame te zijn die vooral niet durft. Drie man proberen haar te vertellen hoe ze moet sturen, maar ze durft niet en uiteindelijk stuurt ze helemaal achteruit tot voorbij onze auto en parkeert hem in de berm waar ze eigenlijk net zo ongunstig staat. Ewout en de andere mannen zorgen dat eerst de dalende auto’s er voorbij kunnen voordat ze allemaal weer instappen en eindelijk de file kunnen oplossen. We hebben zeker drie kwartier staan wachten en zijn inmiddels redelijk klaar en gefrustreerd.

Vanaf de pas over Quirang rijden we in een redelijk tempo door richting ons hotel, gelukkig niet al te veel toeristen meer onderweg, we zijn het nu wel een beetje zat. Ons hotel zit redelijk aan het eind van de wereld, maar wel met een heel mooi uitzicht op een zeeloch. Het barretje is nog redelijk druk en de porties van het eten zijn weer enorm. Hier kunnen we ons gelukkig wel de hele avond vermaken, anders dan de vorige nachten.

Morgen gaan we richting de Fairy Pools, als het weer een beetje meezit uiteraard. Duim graag met ons mee, dan vertellen we je morgen of het gelukt is!

See ye later!

Dag 9, Uitzichthoppen

Hiya!

Het was toch weer wat laat gisterenavond, ondanks dat we niet eens in de bar zijn blijven hangen. Daardoor een wat later ontbijt, maar de rit van vandaag is gelukkig niet enorm lang. Wel hebben we vannacht door de afgelegen locatie nog een hemel vol met sterren kunnen zien, het was net op het moment dat ik wakker werd helder genoeg om honderden sterren te zien fonkelen. Tijdens het ontbijt komt het weer met bakken naar beneden en Ewout pakt snel de auto tussen de buien door in. We betalen onze rekening en waaien de auto weer in.

De wind is nog niet echt gaan liggen, en gezien die golven op het water zal de ferry naar Cape Wrath vandaag waarschijnlijk ook nog niet varen. Dat blijft over voor een volgende keer. Het eerste stuk rijden kennen we van gisteren en de vorige keren, maar het blijft elke keer weer adembenemend hoe hoog en steil de bergen hier in dit afgelegen gebied zijn.

Komend vanuit de andere richting is zeker het gebied rond Kylesku erg indrukwekkend. Een aantal keer stoppen we om de Quinag op de foto te zetten, een van de hoogste bergen van dit gebied. We stomen door tot aan Lochinver waar Ewout een geschikt plekje spot voor een kop koffie. Zittend in de warme golfplaten serre genieten we van een uitstekende kop koffie met wat lekkers. En omdat het een ‘pie shop’ betreft, nemen we twee pies mee voor de lunch. Vanaf de koffie slaan we een wit weggetje in om nog een mooi gebiedje mee te pakken.

Op deze route kunnen we van alles tegen komen gezien het net breed genoeg is voor 1 auto. De passeerplekken zijn hier wat schaarser, maar toereikend genoeg. Als eerste spotten we een koe aan de oever van het riviertje, pas later ontdekken we de rest van de kudde aan de overkant in het bos. Of een heel dappere koe, of een totaal niet dappere koe dus. Vervolgens stuiten we op een blikje Amerikanen die de schitterende baai staan te fotograferen. Ze stappen allemaal rustig aan de kant zodat wij er veilig voorbij kunnen. Drie bochten verder staat er middenin de bocht een hele buslading Japanners die het iets minder handig aanpakken. De ene helft blijft aan de ene kant, de andere helft aan de andere kant. Het is leuk dat ze druk gebaren dat we er langs kunnen maar het was handiger geweest als ze allemaal aan een kant waren gebleven.

De remmen zijn in ieder geval uitvoerig getest, onze zenuwen ook wel een beetje. Dan stuiten we in een krappe bocht op een vrachtwagen. Vol in de ankers, voorzichtig achteruit en proberen de bosjes te vermijden. De chauffeur zwaait vrolijk als hij voorbij rijdt, dat dan weer wel. Sowieso zijn de meeste mensen op deze route erg vriendelijk als we ze passeren, wellicht blij dat er ook toeristen zijn die wél weten hoe het hoort.

We stoppen regelmatig om foto’s te maken van de baaien die we passeren, en nog iets vaker om de enorme bergen op de gevoelige plaat vast te leggen. Op ditzelfde stuk weg maakten we vorig jaar de mooiste foto van de collectie en die maken we graag nog een keer. Het zijn schitterende vergezichten op de Cùl Mòr, de Stac Pollaidh en de Suilven. Een van de mooiste routes die je in Schotland kunt rijden en verbazend genoeg goed begaanbaar.

Net na Drumrunie gaan we de doorgaande route weer op en rijden door tot aan Ullapool. Daar wordt de auto weer van de broodnodige diesel voorzien zodat we weer een paar dagen door kunnen. Tot aan het uitkijkpunt over Loch Broom gebeurt er niet zo veel, waardoor ik even een kort hazenslaapje doe. Bij het uitkijkpunt maakt Ewout me wakker om te gaan lunchen. Op dat moment komt er net weer een bui over, maar nog voor we onze eerste hap nemen is het al weer droog. Waaien doet het nog wel flink, wat ook weer helpt om de voorruit weer snel regenvrij te maken. De pie smaakt mij niet heel erg, dus moeten we nu op zoek naar vervanging. De route langs de kust blijft gelukkig heel mooi en de uitzichten zijn fantastisch. Bij Gairloch gaan we het dorpje even in op zoek naar wat te eten. We proberen het lokale koffietentje, maar eindigen daar alleen met koffie. Wel geeft het ons de gelegenheid om de katten van het café/boekwinkeltje even te aaien. Beiden nog heel jong, maar met respectievelijk 4 en 6 maanden oud al heel erg sociaal.

Finn, de Hillbilly bookstore kat

Aan de overkant in het supermarktje heb ik meer geluk. Een stevig stuk brood en een bakje paté maken een prima vervangingslunch. Genietend van het uitzicht eet ik het op, we hebben nog alle tijd. Vanaf Gairloch is het nog geen half uur naar ons hotel en we komen er iets eerder aan dan verwacht. Geen probleem, we vermaken ons wel. Dat valt een klein beetje tegen, anders dan de andere plekken waar we hebben gezeten is dit een echt hotel en we moeten moeite doen om de tijd tot het diner uit te zitten. Veel gezelligheid straalt het niet uit, ook het eten is niet echt bijzonder. Nog een drankje om het af te leren en dan gaan we ons opmaken voor een nacht met weinig slaap. Het bed is namelijk zo klein dat we waarschijnlijk allebei tig keer wakker gaan worden omdat we niet lekker liggen. Als we beiden stil blijven liggen op onze rug past het net, omdraaien wordt waarschijnlijk een ramp.

We zijn blij dat we hier alleen op doortocht zitten en we morgen al weer op weg gaan naar de volgende bestemming. De weg voert morgen naar Skye, ook in de top 3 van mooiste plekken in Schotland. Hopelijk slapen we een beetje en hebben we morgen meer geluk met ons hotel.

See ye later!

Dag 8, Een dag met twee gezichten

Hiya!

Om op tijd bij de ferry naar Cape Wrath te zijn, hebben we ons ontbijt vervroegd. Daardoor gaat de wekker net iets eerder dan wij comfortabel vinden. Het ontbijt zelf is niet spannend, het is niet slecht, maar hoort ook niet bij de favorieten. Ondertussen ontdekken we dat het weer niet helemaal meewerkt. Het waait ontzettend hard en bij vlagen regent het ook intens hard. We pakken onze spullen voor de dag en worden naar de auto geblazen.

Voor we naar de kaap gaan moet er nog even gepind worden zodat we de ferry man kunnen betalen. Ewout is binnen een paar seconden volledig doorweekt, terwijl hij voor de automaat staat. Het helpt ook niet dat het apparaat dienst weigert, maar uiteindelijk lukt het. Als we naar de boothelling van de ferry rijden is de wind zo hard dat de golven over de kade en over onze auto heen slaan. Willen we eigenlijk wel in een open bootje dit water over, om dan na een uur stiefelen in een gammel busje op de kaap aan te komen? De keuze wordt, wederom, voor ons gemaakt. Vanwege de harde wind vaart de ferry niet.

Het was te verwachten, als je op het journaal hoort dat de meeste veerdiensten in Schotland vandaag niet varen vanwege de wind is het niet gek dat dit open bootje voor maar 4 personen ook niet gaat. Jammer maar helaas, dan moeten we nog maar een keer terug komen om naar Cape Wrath te gaan. Het betekent alleen dat we een ander plan moeten verzinnen voor de dag. Halte 1 is al bepaald, dat had namelijk halte twee van de dag geweest.

Smoo Cave is een grote, door de zee uitgesleten grot, met in een tweede kamer een door zoet water uitgesleten waterval. Het is even een klim om beneden in de grot te komen, maar als we daar zijn gaan de enige andere toeristen net weer weg. We hebben de hele grot voor onszelf, er is verder niemand. Heel bijzonder om zo in stilte rond te kunnen kijken en op je gemak foto’s te kunnen maken. We stappen de houten bruggen op om de waterval te kunnen bekijken, de waterdamp komt ons in de grot al tegemoet. De brug brengt je over het kolkende water onder je en eenmaal de hoek om zien we de 20 meter hoge waterval met een enorme snelheid naar beneden denderen. Er komt zoveel spray vanaf dat we binnen een paar seconden helemaal nat zijn. Een foto maken is geen optie, er komt zoveel water naar beneden dat het de camera gelijk zou slopen.

Smoo Cave

Heel gaaf om de kans te hebben dit zo zonder iemand anders in de buurt te bekijken. Pas als wij weer aan de klim naar boven gaan beginnen komen er andere mensen aangelopen. Die klim duurt even, er zijn trappen maar de treden zijn zo hoog dat je niet gewoon lekker door loopt. En als we eenmaal uit de beschutting van de kloof komen, begint de wind ook weer onherroepelijk op ons in te beuken. Het was een fantastische wandeling, maar we zijn blij dat we in de auto even van de wind kunnen schuilen.

 

Nu we nog een hele dag voor ons hebben liggen, besluiten we de twee wegen te gaan rijden die we hier in de Northern Highlands nog nooit gereden hebben. Dat voert ons naar Lairg, waar we hopelijk wat kunnen lunchen, en dan weer terug naar het noorden via Ledmore en Kylesku. Regen en zon wisselen elkaar constant af, we zien de hele dag zo veel regenbogen dat we de tel kwijtraken. Het is, anders dan normaal in Schotland, geen vier seizoenen in 10 minuten, maar vier seizoenen tegelijk.

 

Het eerste deel van de route is adembenemend, door een enorme vallei langs hoge bergen die onherbergzaam lijken. Met hier en daar een verdwaalde boerderij, en af en toe een schaap op de weg. Eerder dan verwacht komen we in Lairg aan. Het dorp heeft 1 snackbar en die is dicht, een hotel wat er net zo dicht uitziet en een tankstation. Oftewel, hier gaan we niets vinden. Bij het lokale museumpje scoren we wel een degelijke bak koffie, maar we gaan snel de weg weer op. Een half uurtje later slaan we het volgende, voor ons onbekende weggetje in. Weer schitterend mooie en hoge bergen, zonnige vergezichten en keiharde regen. Maar onze ogen vallen een beetje dicht. We doen een powernap op een klein parkeerplaatsje en dat helpt gelukkig. Nu toch echt op zoek naar iets te lunchen.

Het volgende hotel wat we tegenkomen is dicht, en dat erna ook. Als we besluiten dan maar aan de snoepvoorraad in de auto te beginnen en vanavond maar vroeg te gaan eten, zien we de afslag naar Kylesku inclusief hotel en ‘food served all day’. Het restaurant zit zelfs redelijk vol, maar we vinden een mooie plek met uitzicht op het loch. Het soepje van de dag laat ons goed smaken en met een heel wat beter gevoel rijden we het laatste stuk terug naar het hotel.

We hangen wat rond, drinken een kop thee en vermaken ons met het hondenweer buiten tot het tijd is om te gaan eten. Nu met wat meer honger en zin, smaakt het ook gelijk een stuk beter. We zijn allebei wel moe en blijven niet lang in het restaurant hangen. Morgen hebben we weer een redelijke rit voor de boeg dus we doen het rustig aan. De reis voert ons langs de westkust naar beneden morgen, en met een beetje geluk gaan we nog mooie dingen zien. Laten we alleen hopen dat de wind morgen ietsje minder is dan windkracht 8.

See ye later!

Dag 7, Onbegonnen wegen

Hiya!

Zes uur slaap is echt te weinig. Dat is de realisatie als de wekker gaat en we ons bed uit moeten om op tijd in de eetzaal te zijn. We vertrekken vandaag weer naar een andere plek dus alle spullen moeten ook weer ingepakt. Toch nog verbazingwekkend snel staan we beneden en kunnen we aan het ontbijt. Onze Tsjechische vriend is er ook weer en vertelt mij op koele toon dat een gekookt ei er niet in zit want dat staat niet op het menu. Een minuut later is hij weer terug want de chef heeft hem vertelt dat een gekookt ei ook prima mogelijk is. Ik blij, onze ober geloof ik wat minder.

Na het ontbijt pakken we onze spullen, laden de auto in en bedanken de eigenaar voor een (iets te) gezellige avond en de goede service. Toch gek dat hij er met net zo veel slaap een stuk wakkerder bijstaat dan wij. Maar, liever brak in de ochtend omdat je een gezellige avond hebt gehad, dan totaal uitgerust omdat er geen klap te beleven was en je dan maar op tijd naar bed gaat.

Dunnet Head

Onze eerste stop is Dunnet Head, het meest noordelijke puntje van het Britse vasteland. Het is, zo mogelijk, nog winderiger als gisteren op Duncansby Head. Je moet tegen de wind in leunen om een beetje redelijke foto te maken en we moeten een voor een in de auto stappen, want we kunnen niet beide deuren tegelijk openen. Lang blijven we dan ook niet, wel zijn we redelijk wakker geblazen.

De route leidt ons verder naar Thurso, waar we snel stokbrood halen bij de Tesco voor de lunch van vandaag. In de haven van Thurso bezetten we een tafeltje in de lokale koffiezaak. Onder het genot van een kopje koffie handelt Ewout even een werkdingetje af, hier in het dorp is er ten minste een stabiele telefoon- en internetverbinding. Als de klus geklaard is, de koffie op is en de regen is overgetrokken gaan we de auto weer in en naar de volgende stop.

De route langs de noordkust hebben we al twee keer gedaan, zij het in variaties. Dit keer willen we een van de laatste routes nemen die we hier kunnen nemen. Schitterende vergezichten onderweg, af en toe wat irritatie van vastzitten achter campers en dan komen we aan in Tongue. Een sanitaire break later buigen we van de doorgaande route af om via Ben en Loch Hope te rijden. Net voor Altnaharra gaan we van een B-weg over op een witte weg, en dat is een heel avontuur.

Het wegdek is op z’n zachtst gezegd niet al te best en we kijken het eerste stuk meer naar de weg dan naar de omgeving. Regen en zon wisselen elkaar in hoog tempo af, wat het rijden niet makkelijker maakt. Het is wel een hele mooie route door een gletsjervallei met hoge pieken en mooie watervallen in de verte. Een keer moeten we moeite doen om een, nota bene Nederlandse, camper voorbij te gaan. Eigenlijk zijn deze voertuigen helemaal niet toegestaan op dit soort wegen maar ja, het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Met wat stuurmanskunst krijgt Ewout hem voorbij de brede camper om vervolgens vier meter verder een enorme passeerplek te zien. Het gescheld is even niet van de lucht en terecht, daar had de camper met gemak in kunnen staan om ons er voorbij te laten. Tsja.

Als we ons na Ben Hope weer op de A-weg voegen is het tijd voor lunch, maar belangrijker, een sanitaire stop. Helaas is de weg nog lang, maar de mogelijkheden afwezig en het duurt uiteindelijk tot aan ons hotel voordat er naar het toilet gegaan kan worden. Dan maar gelijk inchecken en onze spullen naar de kamer brengen. Toch blijven we niet lang. Smoo Cave hier vlakbij stellen we uit tot morgen, maar Balnakeil doen we wel vandaag. Niet vanwege het gehucht zelf, maar vanwege de chocolatier die hier zit. ‘The best hot chocolate’, zoals ze het zelf noemen. En na vorig jaar moesten we gewoon nog een keer terug komen. Lunchen doen we snel op de parkeerplaats voor het café, rekening houdend met de chocolade die er zo nog bijkomt.

The Best Hot Chocolate in the world

Langzaam drinken is het devies, anders wordt het te machtig, we doen er een half uur over om de mok leeg te drinken. We zijn allebei inmiddels behoorlijk moe, dus we relaxen wat op de hotelkamer tot het tijd is om te dineren. Ook dat duurt niet lang, geen van beiden hebben we veel trek en eigenlijk willen we gewoon lekker vroeg naar bed.

Smoo Cave Hotel, Durness

Morgen ondernemen we het avontuur naar Cape Wrath en Smoo Cave, we kunnen de rust dus goed gebruiken. Lekker slapen en dan morgen gezond weer op!

See ye later!

Dag 6, Oude liefdes, nieuwe uitzichten

Hiya!

Het is onze laatste ochtend in de Glen Hotel, dus we staan wat vroeger op om onze spullen in te pakken. Voor het ontbijt pakken we de auto in, we hebben nog een laatste conversatie met de Zweden die ook vandaag vertrekken en dan rest ons nog het ontbijt. Een wat lichter ontbijt, maar dat zorgt ervoor dat we ons bord tenminste leeg eten.

Bij het uitchecken complimenteren we het personeel voor alle goede zorgen en het heerlijke eten. Doen we niet vaak, maar hier is het zo terecht dat we er echt een punt van maken om onze complimenten uit te spreken. We worden nog net niet uitgezwaaid maar zo voelt het wel. Tot de volgende keer, Newtonmore. Voor nu, de auto weer in en de weg op.

Als eerste gaan we richting Inverness, om daar even snel te tanken en meteen wat koffie te halen. Er is echter een wielerwedstrijd aan de gang tussen Kincraig en Kingussie, en door de wild gebarende dame bij het keerpunt laat Ewout spontaan de afslag naar Inverness rechts liggen. Dan maar even binnendoor naar Aviemore en vanaf daar de A9 pakken.

Op de ‘snelweg’ blijkt het weer al snel typisch Schots te zijn. De regen waarmee we vertrokken verdween snel/niet/wel/toch niet/toch wel, totdat we uiteindelijk met regen Inverness binnenreden. Na de peut voor zowel mens als auto gingen we verder richting het noorden. Het weer was inmiddels verbeterd en omdat we nu eens een keer de tijd hadden besloten we bij zowel de Moray Firth als de Cromarty Firth te stoppen voor wat kiekjes, in plaats van blind over de bruggen heen te rijden.

De rest van de A9 (en later A99) richting Wick is niet al te bijzonder, ware het niet dat Ewout er niet van houdt om op bochtige weggetjes achter een camper te zitten. Dus wordt er af en toe flink ingehaald om het tempo erin te houden.

We plannen om te lunchen in Wick, maar omdat het zondag is wordt het make-shift lunch van de Tesco. Het hele dorp is ofwel dicht ofwel dichtgetimmerd, niet echt uitnodigend dus. We halen stokbrood en beleg en rijden een stukje terug naar Noss Head. Als we parkeren regent het weer eens, vijf minuten later straalt de zon zo hard dat het zelfs heet wordt in de auto. Na de lunch nog even snel een paar kiekjes schieten van de vuurtoren en Castle Sinclair, voordat we naar onze laatste stop van de dag gaan.

Castle Sinclair

Duncansby Head is geen onbekend terrein, het verschil is dat het nu alleen stralend mooi weer is; de vorige keer zagen we zowat geen hand voor ogen. Het is verrassend hoeveel je mist op het moment dat het mist. Nu kunnen we het hele stuk naar de daadwerkelijke stacks lopen en ze in volle glorie aanschouwen. Het is behoorlijk winderig, maar het is ook wel lekker om even uit te waaien. Het is zelfs zulk mooi weer dat we de Orkney eilanden kunnen zien liggen, de huizen op het eilandje Stroma kunnen tellen en we de ferry kunnen aan zien komen varen. Een heel groot verschil met de vorige keer.

Duncansby sea stacks

Zo ook ons hotel voor de nacht. De eerste keer Schotland, zeven jaar geleden, sliepen we ook in dit hotel in Mey. Tweehonderd meter van het oude kasteel van wijlen de Queen Mother, een oud wit gebouw met het oude koetshuis verbouwd tot hotelkamers. Toen was er een oud mannetje wat ons de trots van het hotel liet zien; een hele kamer vol met foto’s van de Koninklijke inwoner van het dorp. Een compleet en onverstaanbaar verhaal kregen we toen. Schattig, maar wel een beetje veel.

John ‘O Groats

Nu worden we geholpen door de, naar achteraf blijkt Tsjechische, stagiair van de nieuwe eigenaar. Hij doet zijn best, maar heeft de fijne kneepjes van gastvriendelijkheid nog niet helemaal onder de knie. We moeten onze reservering voor zowel diner als ontbijt op het kwartier precies doorgeven en als we alvast wat zitten te drinken krijgen we het menu al in onze handen. Na de hoofdmaaltijd wil hij weten of we nog een dessert willen, maar we moeten daarbij zelf om de kaart vragen om überhaupt iets uit te kunnen zoeken. Hij bedoelt het goed zullen we maar zeggen.

Castle Arms Hotel, Mey

We verplaatsen ons naar de bar voor een drankje en een spelletje, maar komen nooit toe aan het spelletje. Binnen een paar minuten raken we in gesprek met de mensen naast ons en dat duurt de hele avond. Niet veel later mengt ook de eigenaar zich in het gesprek en uiteindelijk is het half één als we richting bed gaan. Dat wordt een korte nacht voor zowel ons als de eigenaar, hij verzorgt morgenochtend immers ons ontbijt. Het verslag is dus ook een beetje later, niet geholpen door de internetverbinding. In onze kamer is die er helemaal niet , in de bar weigert die ook af en toe dienst. We doen ons best om het morgen weer in de avond te plaatsen.

Morgen verplaatsen we ons weer richting de noordwestkust, Durness is onze eindbestemming. Eerst maar even een paar uurtjes slapen!

See ye later!

Dag 5, Schotser wordt het niet

Hiya!

Een wekker, dat was handig geweest. Gelukkig hebben we inmiddels een redelijk ritme en waren we nog ruim op tijd voor het ontbijt. Heel even werden we belaagd door opdringerige Zweden, maar we werden gered door onze rammelende magen. De poging om een vol Schots ontbijt te verorberen is opgegeven, maar met alsnog een volle maag gaan we terug naar onze kamer.

We wisten dat de dag vandaag wat later zou beginnen, maar we krijgen toch nog veel eerder dan gedacht een seintje dat we kunnen gaan. Waarom, vraag je je nu af? Omdat het vandaag een speciale dag is wat betreft Pokémon Go. Wordt dat nog gespeeld? Ja, en volop ook. Vandaag is er de kans om tussen 10 uur en 1 uur een speciale Pokémon te vangen, maar dat moet je wel met een groep doen. Thuis hebben we zo’n groep, en hier nu inmiddels ook.

Toevallig hoorden we de koks van het hotel over Pokémon praten en brutaal hebben we ons voorgesteld. Zij waren erg blij met onze aansluiting, en wij andersom ook. Zo hoeven we niets te missen omdat we op vakantie zijn en de lokale spelers hebben er ook wat aan. Anders dan thuis moeten ze hier een stukje rijden om het spel te spelen, dus spreken we af op het parkeerterrein van het hotel om dan achter de jongens aan te rijden naar Aviemore. We zien het skidorp nu van een heel andere kant, maar het is fantastisch om op deze manier een klik te hebben met de lokale bewoners. Tegen half 1 hebben we 7 ‘raids’ gedaan en vinden wij het tijd om naar onze volgende stop te gaan. Maar niet voordat we friend codes uitwisselen zodat we allemaal internationale vrienden in het spel hebben. Toch bijzonder om via een spelletje zulk contact te leggen met mensen die je niet kent.

Uw fotograaf van dienst

De volgende halte is de reden waarom we al 4 dagen in deze omgeving verblijven, de laatste Highland Games van het seizoen in Pitlochry. Het is inmiddels 2 uur als we in Pitlochry aankomen, dus het is even zoeken naar een parkeerplek. Uiteindelijk kunnen we vrij dichtbij parkeren en we staan al snel op het enorme terrein. In het centrum van het veld worden de sporten beoefend, aan de ring zit alles wat betreft eten, drinken en parafernalia. We lopen een rondje, nestelen ons op een grasheuvel met prima uitzicht, en vermaken ons de hele middag. We zien Highland dansen, het befaamde ‘caber tossen’, de doedelzakbandcompetitie, wieler- en loopwedstrijden en als hoogtepunt het ‘weight over the bar’ evenement. Een metalen bal van 25 kilo over een lat gooien op minstens 3,65 meter hoogte.

Highland Games Pitlochry

Het is een spektakel en het publiek moedigt alle deelnemers in vol enthousiasme aan. Als de winnaar eindelijk vaststaat krijgen de laatste twee deelnemers nog een keer de kans om het record van 4,85 meter te verbeteren. Onder luid gejuich lukt het de laatste man om het gewicht over de lat te gooien en triomfantelijk steekt de man de armen in de lucht. Wij doen het hem niet na!

De games worden afgesloten door een ‘massed pipes and drums’-ronde; alle deelnemers van de doedelzakbandcompetitie spelen tezamen en doen een laatste rondje over het veld. Het geluid is overweldigend, maar wel heel erg gaaf. Oh, en het beste is nog niet eens gezegd, het is de hele dag stralend mooi weer geweest met strakblauwe luchten en zeker 25 graden. Veel Schotser dan op een veld zitten met een drankje en kijken naar de Highland games gaat het waarschijnlijk niet meer worden.

Massed pipes and drums

Als alles is afgelopen is het tijd om terug te gaan naar het hotel, het is ondertussen al 6 uur geweest dus we nemen de ‘snelweg’ terug. In het hotel is het een drukte van jewelste en we zijn blij dat onze tafel al gereserveerd was. Het is een komen en gaan van gasten en de serveerders staan geen seconde stil. Normaal sluit de keuken om 9 uur, vanavond is de laatste order om 1 voor 9. Het eten smaakte er in ieder geval niet minder om.

Doordat we de hele dag buiten zijn geweest zijn we allebei behoorlijk moe en de kans is groot dat het vanavond niet laat gaat worden. Daarnaast hebben we morgen een dag in de auto voor de boeg, we verplaatsen van Newtonmore naar Mey. Weer een hotel wat we al kennen, maar in een totaal andere omgeving dan hier. Nu alleen duimen voor net zulk lekker weer als vandaag!

See ye later!

Dag 4, Oh Deer…

Hiya!

Op tijd naar bed gaan is niet ons sterkste punt, zoveel is duidelijk. Gelukkig viel het opstaan nog wel mee. Het ontbijt is stiekem nog steeds te veel, maar het gaat vast een keer lukken om het helemaal op te krijgen. De ochtend begint door omstandigheden wat later dan we hadden gewild, maar tegen half 12 zijn we dan toch op weg. Snel even de auto voltanken en dan de Cairngorms op.

We hebben de tijd tegen dus de volle tour zit er niet in, maar we bezoeken wel de hulpjes van de Kerstman. Ja, hier in Schotland hebben ze daadwerkelijk een volle kudde rendieren. Bij het bezoekerscentrum zitten ook vier rendieren, en er zijn zo weinig mensen dat we de dieren rustig en uitgebreid kunnen bekijken. Het is heel interessant om deze bijzondere dieren van zo dichtbij te zien en dan vooral de pluizige geweien. In eerste instantie liggen drie van de vier heren languit hun eten te verteren, maar langzaam aan komen er nog twee in actie. Ze zijn niet schuw, maar komen ook niet echt naar ons toe. Geen enkel probleem, een rendier aaien stond namelijk niet echt op onze bucket list.

Svalbard the reindeer

Toch staan we nog ruim een uur te kijken naar hoe de rendieren grazen voordat we weer de auto in gaan. Het volgende plan is om naar het skigebied in de Cairngorms te gaan en het treintje naar de top van de berg te nemen. Daarboven is een restaurant waar we hopen lekker te kunnen lunchen. Terwijl we er naartoe rijden vragen we ons af of er boven überhaupt iets te zien is, naarmate we hoger komen wordt de bewolking namelijk dichter. Eenmaal op de parkeerplaats wordt de beslissing voor ons genomen: het treintje is dicht. Dat maakt de keuze een stuk makkelijker. Terug de berg af besluiten we dan maar bij onze favoriete bakker in Grantown-on- Spey lunch te gaan halen.

Dat is wellicht wel een van de grootste voordelen van zo vaak in Schotland te zijn geweest; dat we inmiddels adresjes hebben. De steak pie en chicken and haggis pie smaken goed, het is precies een mooie hap tussen het ontbijt en het heerlijke avondeten wat ons nog te wachten staat. Vanaf de bakker besluiten we nog een stuk te rijden wat we al kennen, aan de andere kant van de bergkam. De route hebben we al drie keer gereden, maar altijd van zuid naar noord, dus nog niet andersom. Ook als je al weet wat er komt blijft de route verrassend, je ziet toch dingen die je eerder niet gezien hebt. Het is wat winderig op het hoogste punt, dus lang blijven we niet.

Heilan Coo

Het begint inmiddels ook al laat te worden dus we maken ons rondje af via de verschillende distilleerderijen in de Speyside. Tomintoul, Glenlivet, Glenfiddich en nog wat kleinere merken passeren de revue. Het laatste stukje kunnen we bijna dromen, maar dat is in deze omgeving helaas niet te vermijden. In het hotel wacht ons tafeltje en we genieten er weer van een heerlijke maaltijd. De jalapeños zijn iets heter dan Ewout had gedacht, maar met een rood en bezweet hoofd smikkelt hij wel alles op.

Na het avondeten is het even afwachten maar uiteindelijk begint hij dan toch, de pub-quiz. Onze herbergier vraagt ons nog of we het alleen willen proberen, of dat ons willen aansluiten bij een lokaal iemand. Stoer proberen we het zelf. We komen nog best een eind en alhoewel de eindscore niet hoog is, zijn we ook niet als laatste geëindigd. Het levert ons wel een avondje kletsen met de lokale huisarts en zijn vrouw op. Voor we het weten wordt de laatste ronde afgekondigd en beseffen we ons dat het verslag weer een latertje wordt. Sorry maar helaas, hou er alvast maar rekening mee dat het morgen niet veel beter is!

See ye later!

Back to top