Hiya!

Het is onze laatste ochtend in de Glen Hotel, dus we staan wat vroeger op om onze spullen in te pakken. Voor het ontbijt pakken we de auto in, we hebben nog een laatste conversatie met de Zweden die ook vandaag vertrekken en dan rest ons nog het ontbijt. Een wat lichter ontbijt, maar dat zorgt ervoor dat we ons bord tenminste leeg eten.

Bij het uitchecken complimenteren we het personeel voor alle goede zorgen en het heerlijke eten. Doen we niet vaak, maar hier is het zo terecht dat we er echt een punt van maken om onze complimenten uit te spreken. We worden nog net niet uitgezwaaid maar zo voelt het wel. Tot de volgende keer, Newtonmore. Voor nu, de auto weer in en de weg op.

Als eerste gaan we richting Inverness, om daar even snel te tanken en meteen wat koffie te halen. Er is echter een wielerwedstrijd aan de gang tussen Kincraig en Kingussie, en door de wild gebarende dame bij het keerpunt laat Ewout spontaan de afslag naar Inverness rechts liggen. Dan maar even binnendoor naar Aviemore en vanaf daar de A9 pakken.

Op de ‘snelweg’ blijkt het weer al snel typisch Schots te zijn. De regen waarmee we vertrokken verdween snel/niet/wel/toch niet/toch wel, totdat we uiteindelijk met regen Inverness binnenreden. Na de peut voor zowel mens als auto gingen we verder richting het noorden. Het weer was inmiddels verbeterd en omdat we nu eens een keer de tijd hadden besloten we bij zowel de Moray Firth als de Cromarty Firth te stoppen voor wat kiekjes, in plaats van blind over de bruggen heen te rijden.

De rest van de A9 (en later A99) richting Wick is niet al te bijzonder, ware het niet dat Ewout er niet van houdt om op bochtige weggetjes achter een camper te zitten. Dus wordt er af en toe flink ingehaald om het tempo erin te houden.

We plannen om te lunchen in Wick, maar omdat het zondag is wordt het make-shift lunch van de Tesco. Het hele dorp is ofwel dicht ofwel dichtgetimmerd, niet echt uitnodigend dus. We halen stokbrood en beleg en rijden een stukje terug naar Noss Head. Als we parkeren regent het weer eens, vijf minuten later straalt de zon zo hard dat het zelfs heet wordt in de auto. Na de lunch nog even snel een paar kiekjes schieten van de vuurtoren en Castle Sinclair, voordat we naar onze laatste stop van de dag gaan.

Castle Sinclair

Duncansby Head is geen onbekend terrein, het verschil is dat het nu alleen stralend mooi weer is; de vorige keer zagen we zowat geen hand voor ogen. Het is verrassend hoeveel je mist op het moment dat het mist. Nu kunnen we het hele stuk naar de daadwerkelijke stacks lopen en ze in volle glorie aanschouwen. Het is behoorlijk winderig, maar het is ook wel lekker om even uit te waaien. Het is zelfs zulk mooi weer dat we de Orkney eilanden kunnen zien liggen, de huizen op het eilandje Stroma kunnen tellen en we de ferry kunnen aan zien komen varen. Een heel groot verschil met de vorige keer.

Duncansby sea stacks

Zo ook ons hotel voor de nacht. De eerste keer Schotland, zeven jaar geleden, sliepen we ook in dit hotel in Mey. Tweehonderd meter van het oude kasteel van wijlen de Queen Mother, een oud wit gebouw met het oude koetshuis verbouwd tot hotelkamers. Toen was er een oud mannetje wat ons de trots van het hotel liet zien; een hele kamer vol met foto’s van de Koninklijke inwoner van het dorp. Een compleet en onverstaanbaar verhaal kregen we toen. Schattig, maar wel een beetje veel.

John ‘O Groats

Nu worden we geholpen door de, naar achteraf blijkt Tsjechische, stagiair van de nieuwe eigenaar. Hij doet zijn best, maar heeft de fijne kneepjes van gastvriendelijkheid nog niet helemaal onder de knie. We moeten onze reservering voor zowel diner als ontbijt op het kwartier precies doorgeven en als we alvast wat zitten te drinken krijgen we het menu al in onze handen. Na de hoofdmaaltijd wil hij weten of we nog een dessert willen, maar we moeten daarbij zelf om de kaart vragen om überhaupt iets uit te kunnen zoeken. Hij bedoelt het goed zullen we maar zeggen.

Castle Arms Hotel, Mey

We verplaatsen ons naar de bar voor een drankje en een spelletje, maar komen nooit toe aan het spelletje. Binnen een paar minuten raken we in gesprek met de mensen naast ons en dat duurt de hele avond. Niet veel later mengt ook de eigenaar zich in het gesprek en uiteindelijk is het half één als we richting bed gaan. Dat wordt een korte nacht voor zowel ons als de eigenaar, hij verzorgt morgenochtend immers ons ontbijt. Het verslag is dus ook een beetje later, niet geholpen door de internetverbinding. In onze kamer is die er helemaal niet , in de bar weigert die ook af en toe dienst. We doen ons best om het morgen weer in de avond te plaatsen.

Morgen verplaatsen we ons weer richting de noordwestkust, Durness is onze eindbestemming. Eerst maar even een paar uurtjes slapen!

See ye later!