Shin sibh!

Vandaag wilden we graag het liedje van Paul McCartney achterna, dus op naar het schiereiland Kintyre. We moesten echter wel op tijd ons bed uit. Volgens het stoplicht zou het vanaf kwart over 8 drukker worden in de ontbijtzaal, en bovendien moest de auto voor 9 uur weg zijn, want daarna is het betaald parkeren. Niet dat we niet willen betalen, maar als het niet hoeft, dan toch liever niet.

Het ontbijt smaakt wederom tegen de verwachting in goed, dus met volle magen op naar de Tesco om wat drinkbaars voor onderweg en een kop koffie te halen, want dat kunnen ze in Britse hotels nog steeds niet.

Als eerste gingen we op zoek naar de ‘Sculptured Stones’. Geen idee wat het waren, maar volgens de kaart moest het in ieder geval op een schiereiland aan Loch Craignish liggen. Via wederom een single track road kwamen we aan het eind van het schiereiland en moesten we een hek door voor een publieke parkeerplaats. Daar eenmaal aangekomen hadden we mooi zicht op de eilanden Shuna, Luing, Scarba en Jura, maar geen spoor van de stenen. Wel zagen we mooie rotsformaties en een boothelling aan het eind van zijn levensduur. We namen dus maar aan dat de rotsformaties deze ‘Stones’ waren.

Temple Wood Standing Stones

Temple Wood Standing Stones

We gingen verder op zoek naar het volgende interessante punt op de kaart, een steencirkel nabij Kilmartin. In het dorp zagen we inderdaad een bordje naar de ‘Kilmartin Stones’ en werden we keurig naar de lokale begraafplaats geleid. Hier bleek het echter om ‘Sculptured Stones’ te gaan ter ere van overledenen uit de late middeleeuwen. Deze bezienswaardigheid hebben we dus alsnog af kunnen vinken, maar nog geen steencirkel. Nadere bestudering van de kaart leerde ons dat de steencirkel nog een mijl of wat zuidelijker zou moeten staan.

Weer terug in de auto kwamen we na een dot gas inderdaad bij de Temple Wood steencirkels en de Nether Largie Cairns. Deze steencirkel en grafheuvel blijken samen met de aanwezige ‘Standing Stones’ deel uit te maken van een grotere archeologische vondst in de hele Kilmartin Glen. In het gebied zijn meer dan 800 van dit soort vondsten gedaan.

Nu werd het wel tijd om richting het daadwerkelijke schiereiland te gaan en met een korte stop bij een locatie om zeehonden te spotten (en er lagen er een paar in de verte op een eilandje) kwamen we uiteindelijk in de buurt van de Mull of Kintyre. Net voor Campbeltown besloten we binnendoor te gaan. We merkten wel dat het wat mistiger begon te worden. Waar we bij de zeehonden nog een opklarende lucht hadden was het nu bewolkt en naarmate we meer richting de punt gingen werd dit langzamerhand lichte mist.

Na de afslag naar de daadwerkelijke toegangsweg begon de mist toch wel zodanig dicht te worden dat de mistlichten aan moesten, zeker op een single track road. Er waren nog zeven mijl te gaan vanaf dit punt en met nog zes mijl te gaan lieten we het laatste gehucht achter ons waarna de mist vrij spel had.

De weg ging vanaf hier ook flink omhoog, achteraf bleek het een gemiddeld stijgingspercentage van 15,9% te zijn. Met nog vier mijl te gaan passeerden we een veerooster waardoor we ook vee zouden kunnen verwachten, en inmiddels was het zicht nog maar tien meter. Nog steeds geen reden om ons uit het veld te laten slaan, maar met nog twee mijl te gaan schrokken we ons kapot van een stel schapen in de berm en met een zicht van nog maar vijf meter besloten we dat het genoeg was en keerden we op een breder punt om.

Mist op de Mull of Kintyre

Mull of Kintyre.. Mist rolling in from the sea..

Op de terugweg bleek pas hoeveel de mist op was komen zetten, want tot een mijl of vier van de Mull bleef het zicht maar vijf meter en het hek op een mijl of vijf was inmiddels ook dichtgezet. We hebben dus de juiste beslissing genomen.

Vlak voordat we de B-weg naar Campbeltown konden nemen kwamen we opeens oog in oog te staan met een grote zwarte stier, die ons er na een paar tellen gelukkig wel doorliet. Richting Campbeltown werd de mist gelukkig snel minder en konden we op zoek naar een lunchlocatie. Door het dalen in de mist waren we beiden flink gedesoriënteerd en Ewout zelfs wat misselijk, dus een iets stevigere lunch dan wat stokbrood en smeersels moest er wel in.

Zwarte koe, pal voor de auto

Schrik van ons leven

Na even door het centrum gelopen te hebben stapten we een klein koffie-/lunchzaakje binnen. Verder dan drie generaties Amerikaan (Moeder, dochter en kleinzoon) was er niemand, dus werden we snel geholpen. Voor de afwisseling namen we beiden eens hetzelfde en niet veel later genoten we van een panini die goed gevuld was met ham en lokale kaas, die een stuk beter smaakt dan de ‘Gouda’ uit de supermarkt.

De uitbater moest hard lachen om onze avonturen en wist ons te vertellen dat de mist wel vaker zo snel op komt trekken. Met hernieuwde zin gingen we vervolgens op weg om via de andere kant van het schiereiland terug omhoog te rijden.

In Saddell stopten we nog even om ruïne van een oude abdij te bekijken, en hier vonden we ook nog een paar van de ‘Sculptured Stones’. De mist was inmiddels ook hier doorgedrongen, wat mooie maar ook ietwat spookachtige taferelen gaf bij de ruïne annex begraafplaats. De grafzerken stonden gewoon willekeurig tussen de resten van de abdij, waardoor je er wel overheen moest lopen om deze te kunnen bekijken, iets wat ons beiden niet een heel prettig gevoel gaf.

Saddell Abbey

Saddell Abbey

Hierna vervolgden we onze weg richting het noorden en hoopten we onderweg nog een blik op het eiland Arran te kunnen werpen, maar de mist was al te ver doorgedrongen dachten we. Op een gegeven moment reden we echter zo dicht langs de kust dat we toch richting het eiland konden kijken en we konden zowaar wat zien. De bergtoppen van het eiland leken op de mist te drijven, wat een wonderlijk schouwspel opleverde.

De rest van de weg richting Oban volgde de omgekeerde route van vanochtend, echter nu met mist hangend tussen de bergen en hier en daar een regenbui. Dus voor het avondeten maar niet naar de lokale ‘chipper’, maar gewoon naar de pub van gisteravond. Eten in de regen leek ons niet echt een prettig tijdverdrijf.

Inmiddels is het eten achter de kiezen en hebben we de route voor morgen al uitgestippeld. Dan gaan we naar (helaas) alweer ons laatste hotel in Schotland en laten we de hooglanden achter ons. Echter hebben we wel een weekend in Edinburgh waar we erg naar uitkijken. Dus al is het einde in zicht, we gaan zeker nog leuke dingen beleven en zien. Voor nu welterusten en tot morgen!

Gun a-màireach!