*************************************************************

Schrijf een dialoog tussen twee mensen met de volgende opening van het gesprek; 
“Dus.. waar denk je aan?”
–“Hoe ik de wereld ga overnemen..”

*************************************************************

“Dus.. waar denk je aan?”

–“Hoe ik de wereld ga overnemen..”

“Ik hoop toch ten zeerste dat je een grapje maakt?” klinkt het ineens ernstig.

-“Waarom zou ik een grapje maken, het is toch een heel nobel streven? Ik ben aan het nadenken hoe ik de macht in handen kan krijgen, anders dan via een presidentiële campagne of zo.”

“Hij meent het serieus!” denk ik bij mijzelf. “Hoe ga ik dit gesprek in vredesnaam een andere wending geven zodat we van dit onderwerp afkomen?” Ik kijk hem aan en besluit een van de oudste onderwerpen te nemen.

“Wat is het trouwens raar weer hè, voor de tijd van het jaar. Veel te warm en eigenlijk weinig neerslag. Wat mij betreft mag het koud worden met een lekker waterig zonnetje, wat jij?” Ik ontwijk zijn blik, ik ben bang dat hij geïrriteerd is. Aan z’n stem te horen is hij dat ook.

-“Je neemt me echt niet serieus hè? Ik meen wat ik zei en ik wil jouw hulp daarvoor. Denk nou even mee hoe ik aan de macht kom!” Hij lijkt nu op het randje van kwaad te zijn en ik moet goed gaan nadenken hoe ik zo voorzichtig mogelijk uit dit gesprek kom.

“Waarom wil je per se mijn hulp hiervoor? Als jij de macht wilt hebben kun je dat toch beter alleen doen, nu moet je vertrouwen dat ik je niet verraad.” Dat was niet handig om te zeggen. “Niet dat ik dat überhaupt van plan was uiteraard!” kan ik er nog net achteraan roepen. Hij lijkt daarvan iets te kalmeren.

-“Misschien heb je ook wel gelijk, maar je kunt toch wel meedenken? Dan help je me alleen met de opstartfase, zo ben je ook nergens verantwoordelijk voor als je daar bang voor bent.” Even kijkt hij me uitdagend aan.

-“En als ik dan eenmaal de macht heb, kan ik wellicht ook iets voor jou doen juist omdat je me geholpen hebt. Jij hebt vast ook dromen of wensen, die kan ik dan vast vervullen..” Het ergste van dit alles is, dat hij me ook echt aan het denken zet. Natuurlijk heb ik dromen en net zoveel wensen. Ik wil ook wel een beter leven, op het moment is de toekomst redelijk vastgelegd. Wat meer vrijheid en ruimte klinkt toch wel heel aanlokkelijk. Maar om nou iemand te helpen om de wereld over te nemen? Dat gaat misschien toch wel erg ver.

“Wat ben je dan precies van plan, als je de wereld overgenomen hebt? Want als je van alles van plan bent met geweld dan wil ik er helemaal niets mee te maken hebben hoor!” Hij kijkt me even geniepig aan.

-“Nou, volledig geweldloos zal het niet gaan, maar ik was niet van plan om de wereld te vermoorden. Wat heb ik aan wereldoverheersing als er niemand meer over is? Dat zou behoorlijk zinloos zijn!” Hij zet een gemeen lachje in. “Over die macht, heb je nou al een beetje goede ideeën hoe ik dat aan ga pakken?” Hij kijkt me verwachtingsvol aan. Ik probeer helder na te denken maar het duizelt me een beetje. Nog steeds weet ik niet wat ik er nou van moet denken en of ik hem wil helpen. Het klinkt aan de ene kant heel aanlokkelijk dat ik mijn wensen kan laten vervullen, maar aan de andere kant is het wel het lot van de wereld wat er op het spel staat. Wat is verstandig, wat is wijs?
Net op het moment dat ik mijn antwoord wil uitspreken horen we allebei de sleutel in het slot. Gelijk zijn we afgeleid en rennen naar de deur. Keurig op onze plaats zodra de deur open gaat en onze baas binnen komt stappen.

“Hallo minoes-poes! Heb jij lekker geslapen vandaag? En Wodan, ben jij een brave hond geweest vandaag en heb je het huis een beetje heel gehouden?” Ik begin te kwispelen en blaf een bevestiging. De baas bukt en aait ons beide eens stevig over onze bol. We hobbelen achter hem aan naar de keuken, en met een lekker snoepje ben ik het hele gesprek met Minoes al lang weer vergeten.