*************************************************************

Het zinde mij niet dat ik de eerste opdracht van de creatief schrijven cursus niet heb meegedaan, dus heb ik hem toch nog maar geschreven.
De opdracht luidde: Schrijf een kort verhaal over wat jouw (fictieve) huisdier (hond/kat/verzin het) doet zodra jij de deur achter je dicht trekt om naar je werk te gaan.
Veel plezier met lezen!

*************************************************************

Het was weer een chaotische ochtend. Geen tijd voor ontbijt, gewoon wat in de tas gooien. Koffie en thee worden gezet en in een thermosbeker meegenomen. Er is nog net tijd voor het nieuws en mijn ochtendmaal en dan zijn ze weg.

Zo gaat het elke ochtend. Ik krijg vaak nog net een aai over mijn bol en dan begint het Grote Wachten tot ze weer thuis komen. Maar voordat ik je helemaal kwijt raak zal ik me eerst even voorstellen. Ik ben Felix de kat, en die mensen waar ik het over had zijn mijn huisgenoten, en mijn baasjes. Al ben ik eigenlijk de baas in huis, maar ik laat ze in de waan.

Vaak vind ik het niet erg dat ze de hele dag weg zijn hoor. Er is genoeg te doen voor een kat zoals ik. Natuurlijk is het soms een beetje eenzaam, maar dan komen de twee dagen dat ze veel thuis zijn en dan word ik heerlijk verwend.

Zodra de deur dichtslaat ga ik eerst nog een hapje eten, maar dan in alle rust. Als ik mijn buikje vol heb, klim ik op de krabpaal en ga ik een half uurtje naar buiten kijken. Ik woon op een flat, maar ik heb wel zicht op een parkje. Daar zie ik vaak de lekkerste vogels rondvliegen, maar het is mij te koud om naar buiten te gaan. Dagdromen over vogels vangen vind ik wel genoeg, mij niet gezien in die grote koude buitenwereld. Ik blijf veel liever lekker binnen in de warmte waar alles voor mij geregeld word.

Als ik me begin te vervelen van het naar buiten kijken, ga ik eerst mijn vacht verzorgen, gevolgd door mijn eerste dutje van de dag. Wanneer ik een uurtje later wakker word, ben ik weer helemaal opgeladen. Tijd voor mijn inspectieronde door het huis. Want hoewel ik hier alleen woon met mijn baasjes, komen er soms toch ongewenste bezoekers binnen. Aan mij de taak om ze te vangen, want zeker mijn vrouwtje kan heel hard gillen als ze een spin ziet. Vandaag gelukkig niets bijzonders, dus ren ik even vijf minuten hard de trappen op en af. Goed voor de lichaamsbeweging denk ik, maar waarom ik het precies doe snap ik zelf ook niet helemaal.

Eindelijk is het tijd voor het leukste moment van de dag. Het bezoekje van mijn buurvrouw Noa. Zij gaat wel graag naar buiten en komt elke dag even langs om de roddels van de buurt te bespreken. Vandaag heeft ze nieuws over de rooie kater op de hoek.

“Hij is begonnen met sproeien in huis, z’n baasjes hebben hem tijdelijk buiten gezet. Waarschijnlijk moet ‘ie binnenkort naar de dierenarts. Hij maakt al een paar nachten de hele buurt onveilig, dus ik waarschuw iedereen om binnen te blijven.” Noa kijkt schichtig om zich heen.
“Ik vind het heel vervelend voor hem, maar ik ben blij als hij geholpen is! Dat geruzie elke nacht is ook niks. Hij schreeuwt zo hard dat ik er niet van kan slapen.”

“Heel eerlijk, ik heb er niets van gehoord. Maar ja, mijn baasjes houden ’s nachts alle ramen dicht dus dat is niet zo raar.” Ik haalde mijn schouders op.

“Wees maar blij met dat mooie huis waar je woont. De hele nacht dat geschreeuw is geen pretje. Jij verder nog nieuws?”

Zo keuvelden we nog een uurtje door en dan ging Noa weer naar het volgende huis. Toch beneed ik haar niet. Ik kon zelf bepalen waar ik wilde slapen, of ik wilde eten of lekker door het huis heen rennen. Noa moest de hele dag buiten blijven tot haar baasjes weer thuis waren. En op een zonnige dag is dat niet erg, maar wel als het de hele dag regent. Ik moest er niet aan denken! Helemaal nat en verkleumt ergens onder een dakje moeten wachten.. Ik lig liever in het hoekje van de bank, dicht bij de verwarming.

Dat was ook precies wat ik ging doen, na mijn middaghapje. Lekker helemaal in het hoekje, lekker warm en beschut. De baasjes klaagden weleens over mijn haren op de bank, alsof ze zelf geen haren verliezen! Zeker die lange van het vrouwtje, die vond ik overal. Maar niet op mijn favoriete plekje, want die hou ik keurig schoon. Na mijn dutje speel ik een half uurtje met mijn lievelingsmuis. Geen echte, die vind ik niet lekker, geef mij er maar een gevuld met kattenkruid. Als ik ook verveeld raak van de muis, ga ik in de vensterbank zitten. We wonen aan een redelijk drukke straat dus er is altijd wat te zien.

Soms zie ik de buurvrouw aan de overkant haar oefeningen doen, of de buurman met zijn hond naar buiten gaan. Wat een rotleven lijkt me dat! Als je als hond naar het toilet moet, kun je gaan zitten wachten tot je baas opstaat, z’n schoenen en jas aan heeft.. Niets voor mij! Ben je eindelijk buiten, regent het en kun je in de regen gaan zitten.. brrr!

Heel af en toe loopt de Pers van drie huizen verder buiten en dan blazen we naar elkaar. Niet dat we elkaar niet mogen hoor, maar we hebben wel een reputatie hoog te houden. Tegen de tijd dat zelfs naar buiten kijken gaat vervelen, zie ik een bekende auto de straat in komen. Ik blijf zitten tot ze mij zien en dan ren ik hard naar de voordeur.

Ook al zijn ze moe van hun werk, ze begroeten mij allebei met een glimlach en dan krijg ik een lekkere aai over mijn bol. Ik loop met ze mee de woonkamer in en wacht tot ze uitgeteld op de bank zitten. Dan kijk ik wie van de twee het minst chagrijnig is en dan kruip ik lekker op schoot. En als het tijd is om naar bed te gaan, dan klim ik in het bed er bij. Ik ga tussen de kussens in liggen en rol me op. Vaak krijg ik nog even een aai en dan gaan we allemaal lekker slapen. Wat is het leven van een kat toch heerlijk, zou je niet stiekem ook graag een kat willen zijn?