*************************************************************

Opdracht: Als je gedwongen zou worden om de rest van je leven door te brengen in een bibliotheek, museum of dierentuin, welke van deze drie zou je kiezen en waarom?

*************************************************************

“Het is te gevaarlijk om alleen te blijven wonen en naar je werk te reizen, je weet te veel.”

Dat werd mij verteld toen ze er achter kwamen. Ik onthoud alles wat ik lees. En dan bedoel ik ook echt alles. Een keer lezen en ik kan het woord voor woord herhalen. Dat hoeft geen probleem te zijn, als je niet was gaan werken bij de inlichtingendiensten.

Zelf had ik het me nooit gerealiseerd, het waren mijn bazen die het door kregen. En nu ben ik hier aanbeland. De hogere machten besloten mij voor de wereld te verbergen, ironisch genoeg in een bibliotheek. Voor mij betekende het opgesloten zitten in de grootste bibliotheek van het land.

“We zorgen voor alles. Je krijgt een groot appartement in het gebouw, en we plaatsen een kleine chip in je pols zodat je het alarm niet af laat gaan. Via een beveiligde verbinding kun je al je boodschappenwensen doorgeven, we zorgen dat het dezelfde dag nog bezorgd wordt. Het zal je aan niets ontbreken. Eens per week mag je je in de bibliotheek begeven overdag, ’s nachts kun je gaan en staan waar je wilt binnen het pand. We zullen je dood in scène zetten zodat niemand zich afvraagt waar je gebleven bent. Voor de zekerheid krijg je een nieuw identiteit. Niemand, maar dan ook echt niemand mag weten waar, en vooral wie je echt bent.”

Uiteraard heb ik me keurig aan de regels gehouden, nou ja, bijna alle regels. Op een onbewaakt moment heb ik een kat meegesmokkeld. Opgesloten is tot daar aan toe, maar niemand meer om tegen te praten of even mee te knuffelen? Dat houdt echt niemand vol. En tegen de tijd dat ze erachter kwamen hebben ze toch maar toegestemd.

Gelukkig staat de bibliotheek in een vrij groene omgeving zodat ik af en toe nog wel wat natuur zie en er is een klein binnenplaatsje waar ik nog wat frisse lucht krijg. Inmiddels ben ik er aardig aan gewend om hier te zitten, al valt het niet altijd mee. Natuurlijk heb ik mijn werk, maar ook dat gaat vervelen. Ik hou van lezen, maar als je alles onthoud, lees je elk boek maar één keer.

Heel plastisch bekeken heb ik alles waar ik van droomde. Een mooi huis, toegang tot alle boeken ter wereld, een goede baan en alles wat ik maar zou willen. Toch is het niet ideaal. Het voelt als een gouden kooi. Ik zal nooit iets van de wereld zien. Ik kan alle werelden bezoeken in mijn boeken en het internet, maar het vervangt het niet. Ik leef het leven van duizenden anderen maar toch voel ik mij alleen.

Toen gebeurde het, ik werd verliefd. Ik probeerde mijn overdag moment over de dagen van de week te verspreiden om niet te veel aandacht op me te verstigen, maar na zoveel jaar wordt je wat laks. Een routine sluipt in je dagen en al gauw kwam ik op dezelfde dag in de bibliotheek. En op een dag, en wat voor dag, zag ik hem. In een zonnige studiekamer zat hij voorovergebogen over zijn boeken. Het moment dat hij op keek en mij recht aan keek zal ik nooit meer vergeten. Die donkere groene ogen, het goud van de zon rond zijn donkere haar en het gezicht van iemand die nog niet helemaal terug is uit zijn fantasiewereld. Nooit geloofde ik in liefde op het eerste gezicht, tot die ene dag.

Ik lachte heel kort en maakte me daarna uit de voeten. Dagen heb ik zitten denken wat ik hier mee aan moest. Ik kon niet verliefd worden, ik kon niet eens zeker zijn dat ik hem kon vertrouwen. Misschien was het een spion, met de opdracht mij te vinden, of misschien was het gewoon de liefde van mijn leven.

Het is niet netjes, maar ik begon hem te stalken. Ik zocht zijn naam op in de computer en zocht uit wat hij zoal las en meenam. Niets wees op het leven van een spion, maar ja, dat zegt niet zo heel erg veel.

Ondanks alle bezwaren die ik maar kon bedenken kon ik hem niet uit mijn hoofd zetten. Vanuit alle mogelijke hoeken bespioneerde ik hem. Ja ook ik kon daar de humor van inzien. Ik probeerde hem te vergeten, echt, maar het lukte niet.

Op een dag liep ik naar een van mijn spionnenplekjes maar ik zag hem niet zitten. Lichte paniek begon in mijn maag op te borrelen, wat als ik hem nooit meer zou zien? Tot ik de meeste zwoele stem ooit achter mij hoorde.

“Hey sexy, volgens mij kom jij hier vaker.” Ik draaide mij om en daar stond hij, mijn soulmate. Mijn mond viel open en ik kon geen zinnig woord meer uitbrengen.

En nu zijn we hier, een paar maanden later. Ik heb een geheime relatie met een man, in een bibliotheek. Het is het beste gevoel in de wereld en ik heb geen idee hoe het verder moet. Ik weet alleen dat ik hem nooit meer kwijt wil, en zelfs als ik hem alleen op mijn ‘vrije’ dag kan zien is het mijn opsluiting meer dan waard. Maar hoe ga ik mijn bazen ooit vertellen dat ik een relatie heb en erger nog, hoe ga ik hem ooit vertellen dat ik dit gebouw niet uit mag..?