*************************************************************

Vrijdag de 13e, ongeluksdag. Beschrijf een karakter die juist alles doet wat wordt afgeraden op vrijdag de 13e, wat gebeurt hem/haar en waarom?

*************************************************************

Vrijdag de 13e, dit word mijn dag. Eindelijk gaat het me lukken. Halloween was een fiasco helaas maar vandaag is het geluk aan mijn zij. Ik ga vandaag alles doen wat me wordt afgeraden en dan hoop ik dat het lukt.

Na 35 jaar ben ik het spuugzat. Dat hele leven kan mij gestolen worden. Ik werk al 15 jaar in een middelmatige baan voor een veel te laag salaris. Ik woon in een klein appartement maar ik kan niet groter gaan wonen, ik heb geen relatie, geen vrienden en mijn familie wil me ook niet meer. Het vooruitzicht naar de toekomst is op zijn minst niet gunstig dus waarom doe ik het dan nog? Sinds ik heb besloten er een einde aan te maken kan ik het wat beter verdragen om nog iedere dag mijn bed uit te komen.

Maar simpel zelfmoord plegen daar doe ik het niet voor. Te veel mensen hebben mij dwarsgezeten en gepest om er zo maar tussen uit te piepen. Daarom heb ik deze dagen een missie. Met Halloween heb ik al geprobeerd om gedood te worden door een ongeluk, omdat dan de grens tussen de fysieke wereld en spirituele wereld zo dun is. Helaas is dat niet gelukt en daarom heb ik mijn zinnen gezet op vrijdag de dertiende.

Vandaag ga ik alles doen wat afgeraden wordt. Onder ladders door lopen, op zoek naar zwarte katten om mijn pad te kruisen, zout morsen, klokslag twaalf uur een gekke bek naar de spiegel maken en noem maar op. Mijn doel? Gedood worden door al dat ongeluk. “Maar waarom?” zul je jezelf afvragen.. Omdat ik een geest wil worden. Nee dat is geen geintje, dat meen ik serieus.

Al die mensen die mij ooit dwarsgezeten hebben, die gemeen tegen mij zijn geweest, die mij gepest hebben, zullen het bezuren. Ik ga ze allemaal belagen als ik eenmaal een geest ben. Lekker ’s nachts hun huis overhoop gooien, ze continu het gevoel geven dat er iemand is, dingen verplaatsen en opruimen. Het zal ze berouwen dat ze mij dit hebben aangedaan!

Eerst maar even ontbijten en dan op naar het ongeluk. Laat ik beginnen met de klassieke ladder, er is vast iemand zo gek om nu ramen te gaan zemen. Lang hoef ik dan ook niet te zoeken, er zijn altijd mensen die zich van zo’n dag niets aantrekken. Terwijl ik onder de ladder doorloop kijkt de glazenwasser net naar beneden.

“Hé! Kijk uit man! Weet je niet wat voor dag het is? Zoek jij het ongeluk soms op?” roept de glazenwasser naar beneden. Ik kijk hem alleen maar aan en ik glimlach. Ik ga het niet uitleggen of bevestigend antwoorden. Straks is er een gek die de politie belt en me op laat sluiten ‘voor mijn eigen veiligheid’, als ik nou ergens niet op zit te wachten!

Ik had nattigheid moeten voelen toen ik gelijk na die ladder een zwarte kat tegen kwam. Nooit heb ik geluk met dit soort dingen, waarom nu dan wel? Het beest keek me kort vals aan en rende daarna snel een tuin in. Inmiddels was ik in een steegje aangekomen waar ik een spiegel klaar had staan. Niet alleen trok ik een gekke bek terwijl de klok twaalf sloeg, ik gooide hem daarna ook nog stuk. Voorlopig gebeurde er nog niets helaas. Op naar de volgende poging.

De hele week had ik de krant in de gaten gehouden of er vandaag begrafenissen zouden zijn. Het was er welgeteld één en ik moest me haasten. Ik besloot de rouwstoet niet alleen te passeren, maar om me zelfs aan het einde aan te sluiten. Ook deze keer sloeg mijn poging om. Een van de leden van de familie had mij zien aansluiten en kwam mij bedanken voor mijn medeleven. Dat een vreemde het toch nodig vond om zijn eer te betuigen aan de doden en dat met zo’n gebaar te doen! Ik werd zelfs uitgenodigd voor het diner..

Onderweg terug naar huis begin ik gefrustreerd te raken. Ik zie een muntje op de grond liggen en raap het uit gewoonte op. Gelijk daarna besef ik me dat ik hem had moeten liggen. Ik werp het over mijn schouder en weer gaat het mis. Mijn onzorgvuldig gegooide munt beland in het bekertje van een bedelaar die mij achterna komt om me te bedanken.

“Wat is er toch mis met mij?!” denk ik terwijl ik de bedelaar wegduw. “Het levert mij geen ongeluk op, maar geluk! Dat is niet de bedoeling!” Ik besluit bij de supermarkt een pak zout te kopen en dat op straat kapot te scheuren. En jawel, ook dat gaat mis als ik het zout blijkbaar op wat olieresten strooi. Een brandweerman bedankt mij bij het helpen en nodigt me uit om eens langs te komen op de kazerne.

Inmiddels ben ik zwaar gefrustreerd en ren ik naar huis. Ik pak alle paraplu’s die ik kan vinden en open ze allemaal in huis. Ik pak de schaar uit de keukenla en begin verwoed mijn haar af te knippen. Mijn kapsel wordt er niet beter van en ik besluit met de tondeuse alles er af te halen. Nog steeds gebeurt er niets. Ik ren de voortuin in en schreeuw het uit.

“Kom op met dat ongeluk! Ik heb alles gedaan wat niet mocht! Waar blijft dat ongeluk!” met tranen van kwaadheid blijf ik lopen terwijl ik het uitschreeuw. Door dat schreeuwen hoorde ik de waarschuwingen niet en ik besef me te laat wat er aan de hand is. Ik word aangereden door een vrachtwagen en voordat ik me kan vastklampen aan het leven ben ik morsdood.

Ik word wakker door een stem die mijn naam roept, en iets te snel doe ik mijn ogen open. Het felle licht laat mijn ogen tranen en ik moet moeite doen om iets te zien. Ik kijk in de richting van de stem en zie een gedaante. Ik kan er niet uit opmaken of het een man of vrouw is, ook de stem is te neutraal om iets van te zeggen.

“Welkom in de hemel.” hoor ik de stem zeggen. “Eigenlijk is het jouw tijd om hier te blijven, het was wel heel dom wat je deed, zo maar de weg op wandelen.” klinkt het wat straffend. Ik raak hoopvol dat ik eindelijk het aardse leven heb verlaten. Maar de stem gaat verder met vertellen.

“Alhoewel het jouw tijd wel was, wil ik je toch belonen. Je hebt zoveel goeds gedaan vandaag dat ik je terug stuur zodat je nog even te leven hebt.” Ik schreeuw het uit terwijl ik terug lijk te vallen naar de aarde. Ik doe mijn ogen open en zet de wekker uit. Ik zwaai mijn benen over de rand van het bed en denk: “Vrijdag de 13e, dit word mijn dag. Eindelijk gaat het me lukken..”