*************************************************************

Je bent op ontdekkingstocht met een vriend als je een verlaten pretpark tegenkomt. Jullie stappen er gretig op af maar dan komen de attracties weer tot leven, zonder iemand in de buurt en terwijl het duidelijk al jaren verlaten is. Ren je weg of zoek je uit wat er aan de hand is en waarom?

*************************************************************

“Kom op angsthaas, wat kan er nou gebeuren, dat pretpark is al jaren verlaten!” Jimmy kijkt me aan en ik weet wel dat hij gelijk heeft, maar toch voelt het niet goed.
“Ok, ik ga mee. Maar bij het kleinste vermoeden van iets ben ik weg!” Prima als hij mij een angsthaas vond, ik was niet van plan mijn lijf en leden op het spel te zetten alleen maar omdat Jimmy zo nodig ’s nachts een verlaten pretpark wilde onderzoeken.

We liepen door de vervallen poort naar binnen en gelijk overviel mij een eng gevoel. Je weet wel, zo’n gevoel waarvan je nekharen overeind gaan staan. Overdag zal het best meevallen om hier rond te lopen, maar ’s nachts is alles toch wel heel anders. De clownskoppen die overal geschilderd zijn zien er in het schijnsel van een zaklamp echt niet vrolijk uit. De grote achtbaan in de hoek is volledig overgroeid met klimop en andere planten en uit de eetstalletjes groeien inmiddels fikse boompjes.

“Wat een sfeer hangt hier hè?” Jimmy kijkt me aan met een, bijna gelukzalig gezicht.
“Als jij het een sfeer wil noemen, er komt bij mij toch echt geen enkel positief gevoel naar boven hoor.” Er loopt een koude rilling over mijn rug. Mijn ogen zijn ondertussen enigszins gewend geraakt aan het gebrek aan licht en ik kan steeds meer vormen onderscheiden. Ik zie draaiende theekopjes die overgroeid en afgebroken zijn, botsauto’s die er treurig bij staan en een monorailbaan die gebruikt wordt als rattensnelweg.

We zijn doorgelopen naar wat ooit het hart van het park zal zijn geweest. Jimmy kraait om de tien secondes oeh’s en ah’s, en ik loop er als dood vogeltje achter. Waarom ben ik toch ook meegegaan? Ik hou niet van de nacht, het donker en al helemaal niet van verlaten plekken, ongeacht het tijdstip. Maar ik moest weer zo nodig laten zien dat ik geen bangerik ben. Uiteraard is mijn beslissingsvermogen ook enigszins aangetast door mijn totale verliefdheid op Jimmy.

Het reuzenrad komt in zicht en ik zie aan Jimmy’s ogen dat hij wat van plan is.
“Zullen we proberen naar boven te klimmen? Volgens mij heb je een fantastisch uitzicht vanaf daar!” en hij wijst naar het bovenste gondeltje van het reuzenrad. Dit is geen goed idee en dit ga ik niet doen.

“Nou Jim, vind je dat niet een beetje gevaarlijk? Dat rad staat er al weet ik veel hoe lang. Het is al jaren niet meer nagekeken, het kan wel afbreken als je net je voet op de verkeerde plek zet. Ik was niet van plan om in het ziekenhuis te belanden met een gebroken been of erger. En laat staan wat de politie er van vind als wij hier gevonden worden!” Ik probeer hem streng aan te kijken maar altijd als ik naar hem kijk verlies ik mijzelf in zijn mooie ogen.

“Ach Katie, doe toch niet zo bang! We zijn al zo ver gekomen, waarom zouden we het nu opgeven? Als er wat afbreekt zien we het dan wel weer!” Hij loopt naar het reuzenrad. Net op het moment dat hij zijn voet op de eerste dwarsbalk wil zetten hoor ik een vreemd geluid. Ik loop dichter naar hem toe omdat alles in mij schreeuwt dat er iets niet klopt.

Jimmy wil zich net optrekken als alle lichten in het park tegelijk aanschieten en de attracties beginnen te bewegen. Hij laat zich van schrik op de grond vallen en kijkt angstig om zich heen. Ik sta aan de grond genageld en weet even niet wat ik moet doen. Jimmy kijkt nog een keer naar mij en zet het op een lopen richting de uitgang.

“Jimmy! Eikel! Laat je mij nou gewoon achter?!” schreeuw ik hem achterna. Hij kijkt niet op of om. “Als ik morgen in het nieuws zit is het jouw schuld!” Nog altijd willen mijn benen niet in actie komen terwijl alles in mij schreeuwt om weg te rennen. Een keer kijk ik nog naar de steeds kleiner wordende rug van Jimmy. Dat was in ieder geval het einde van de verliefdheid. Op het moment dat mijn voet weer in beweging wil komen hoor ik een stem achter mij.

“Je mist niets aan hem hoor, het was maar een patser met een veel te groot ego. Jij daarentegen, mijn lieve Kate..  Aan jou is niet gelogen.” Vanuit de schaduwen komt een figuur mijn kant op. Weer vertikken mijn benen om in beweging te komen.
“Je bent nog net zo onschuldig en verstandig als toen je klein was Kate.” Inmiddels kan ik opmaken dat de figuur een slanke man is en het duurt niet lang meer voor hij mij bereikt.

Ik besluit om het op te geven om nog weg te komen en het maar over me heen te laten komen.
“Ik geef me gewonnen, ben je? Je lijkt mij namelijk heel goed te kennen.” Ik kijk naar de schaduwfiguur. Hij komt nu geheel de schaduw uitgelopen. Hij is knap, en ongeveel mijn leeftijd, al kan ik niet goed leeftijden schatten. Bijna zwart haar en van wat ik kan zien bruine ogen. Een gespierd lijf in een donker shirt met een spijkerbroek. Ik heb vaag het idee dat ik hem ken, maar ik zou absoluut niet weten waar ik hem van zou moeten kennen.

” Maar Katie, je weet heel goed wie ik ben, maar wellicht herken je me niet in deze vorm. Is deze vorm misschien beter?” Zodra de woorden zijn lippen hebben verlaten buigt hij voorover en transformeert voor mijn ogen in een Duitse herder. Eentje die ik maar al te goed ken, de herder die ik mijn hele jeugd heb liefgehad en verzorgd alsof het een baby was. Binnen twee seconden veranderd de herder in een donkerrgijze wolf. Nog een vorm die ik herken van wandeltrips in de bossen. Was mijn gevoel toch goed op al die trips, telkens had ik het gevoel bekeken en gevolgd te worden. Net zo snel als er een wolf voor mij stond, zo snel stond de man weer voor mijn neus. Ik was totaal verbijsterd en kon geen woord uitbrengen.

“Begint het al te dagen, Kate?” Hij had een lach om zijn mond, waarschijnlijk door mijn gezicht. Eindelijk begon me wat te dagen over deze hele situatie.
Ben jij mijn hond Max? Maar dat is toch helemaal niet mogelijk? Al heb ik het net met mijn eigen ogen gezien… Maar honden kunnen toch niet in mensen veranderen, of mensen in honden? Ben je eigenlijk in beginsel een mens of een hond? Oh moet je mij horen, ik bazel en geloof de hele situatie. Zit ik soms in een verborgen camera programma? Is het allemaal magie? Word ik in de maling genomen?” Ik begon om me heen te kijken of ik een presentator zag, of misschien wel een van de camera’s.

De man voor mij begon hard te lachen en moest zichzelf staande houden om niet om te vallen.
“Ik weet dat het tegen valt om het allemaal te geloven, maar kom op, je hebt zelf toch ook wel in de gaten gehad dat er iets was? Onbewust heb je altijd het idee gehad dat er meer aan de hand was. Waarom zou je anders vanavond meegegaan zijn hiernaartoe? Ik heb jou je hele leven gevolgd en nu is het tijd.” Hij pakte mijn hand vast. “Denk even na, je weet dat het mogelijk is wat je net hebt zien gebeuren. Je voelt het, omdat je zelf ook zo bent. Daarom ben ik hier, je bent volwassen en klaar om mee te gaan.” Ik keek hem aan. Zijn woorden drongen diep in mij door, want het was precies zoals hij zei. Ik heb altijd al het gevoel gehad dat er meer was dan ik kon zien. Zou et dan toch zo zijn als ik altijd gedroomd had?

“Vraag één, hoe moet ik je noemen en vraag twee, waar wil je me mee naar toe nemen?” Ik begon de situatie steeds meer te accepteren.
“Jij kent me als Max de hond, in de mensenwereld kent men mij als Darius, in de shifterwereld is mijn naam Raynor, ofwel Ray. En waar ik je mee naartoe ga nemen is de shifterwereld. Het is tijd voor jou om je overgangsritueel te gaan doen, om daarna te leren hoe je moet shiften. Je vertrek is al helemaal geregeld, daar hoef je niet aan te denken. De komende tijd wordt heftig, maar als het eenmaal achter de rug is, zul je merken dat de wereld helderder lijkt. Alsof er een laagje van de wereld is afgehaald, en je zult je ook veel meer op je gemak voelen. Daarnaast krijg je er een grote groep vrienden bij, die altijd voor je klaar zullen staan. Misschien vind je zelfs wel meer dan vriendschap, je zou niet de eerste zijn die zijn grote liefde bij de shifters ontmoet. Vertrouw op mij en dan komt alles goed. Heb je nog meer vragen voor we gaan?” Ray keek mij aan met een blik die ik alleen maar kon omschrijven als liefdevol. Ik hoefde er niet over na te denken of ik hem kon vertrouwen, op de een of andere manier wist ik dat gewoon zeker.

Er kwam een lach op mijn gezicht. Ik kon me voorstellen dat de komende tijd een moeilijke tijd voor mij zou worden, maar het klopte in mijn hoofd. Vanaf het moment dat Ray veranderde in mijn hond klikte er iets in mijn hoofd. Blijkbaar was datgene waarvan ik dacht dat het hoorde dus ook mogelijk. Altijd had ik mij anders gevoeld dan anderen, het gevoel gehad dat ik er niet bij hoorde en dat ik iets mistte. Nu bleek dat ik al die tijd gelijk had en dat er inderdaad een andere wereld voor mij bestond.

Ik stapte op hem af en omhelsde Ray. Volgens mij kon dit nog wel wat worden tussen ons.
“Ik heb nog maar één vraag, wanneer gaan we?” Ook Ray begon te lachen, pakte mijn hand en samen renden we de nacht in, op weg naar mijn nieuwe wereld.